Een organisatieadviesbureau, lid van de ROA, aanvaardt tegelijkertijd twee opdrachten van een onderneming. Weliswaar kwam in de opdrachtformulering nog niet duidelijk naar voren dat het om twee verschillende opdrachten ging, maar in de uiteindelijke offerte en het plan van aanpak was zonneklaar dat de werkzaamheden van de organisatieadviseur allereerst zouden bestaan uit het inventariseren en adviseren over de aangetroffen organisatorische situatie in de onderneming en vervolgens uit het vervullen van een interim-managementfunctie ter tijdelijke vervanging van de vertrekkende manager en ter implementatie van het gevraagde advies.
Twee leden van het management van het organisatieonderdeel van de onderneming dienden na afloop een klacht in tegen de organisatieadviseur. Deze zou tijdens het adviesproject niet zorgvuldig hebben gehandeld doordat hij onvoldoende met hen zou hebben gecommuniceerd over de advisering. Dit leidde tot een negatieve beeldvorming over het functioneren van hen als manager, aldus de klagers. Een tweede onderdeel van de klacht was dat de organisatieadviseur in strijd met artikel 6.3 van de Gedragscode (het artikel over het oordelen over personen) zou hebben gehandeld. De organisatieadviseur zou verzuimd hebben zijn oordeel over klagers vooraf aan hen ter kennis te brengen.
Reageren: info@managementenconsulting.nl