Medio 1996 waren een organisatieadviesbureau (lid van de ROA), tegen wie deze klacht zich richtte, en een derde persoon een geformaliseerde betrekking aangegaan met elkaar. Op grond daarvan was deze derde toegetreden tot de ‘outer-circle van adviseurs’ van het bureau en lid geworden van een werkgroep van het betreffende bureau, die ten doel had een bijdrage te leveren aan productontwikkeling en het verwerven van adviesopdrachten op een bepaald gebied.
Eind 1997 vernam het bureau dat waarschijnlijk een organisatieadviesopdracht zou worden gegeven door de werkgever van deze derde. Daarbij stond vast dat onderdeel van de opdracht zou zijn een onderzoek naar feiten en omstandigheden waarbij deze derde in zijn dagelijkse functie een rol had. Het bureau heeft meegedongen naar de opdracht, kreeg de opdracht ook en voerde deze uit. Daarop diende het bestuur van de ROA een klacht in.
Reageren: info@managementenconsulting.nl