Een directeur van een woningcorporatie stelt voor een fusie aan te gaan met twee andere corporaties. De corporatie in kwestie richt zich op speciale segmenten in de markt, terwijl de andere twee ‘gewone’ corporaties zijn. De bedoeling is dat er een driehoofdige raad van bestuur ontstaat met een prominente rol voor de initiatief nemende directeur. De drie directeuren zijn het eens, de twee collega-corporaties willen graag, het personeel van de gespecialiseerde corporatie aarzelt sterk. Er wordt een organisatieadviesbureau ingeschakeld, dat in opdracht van de initiatief nemende directeur samen met het personeel de fusie zal gaan onderzoeken. Dit adviesbureau is geen lid van de ROA.
Al gauw blijkt dat het niets wordt tussen het organisatiebureau en het personeel. Het personeel vindt dat het bureau opereert als de verlengde arm van de directeur. Men mist van de kant van het externe bureau een eigen kritische, onafhankelijke oordeelsvorming over de voorgenomen fusie.
Reageren: info@managementenconsulting.nl