Een abonnement op Management en Consulting geeft u vrije toegang tot alle publicaties in onze bibliotheek
| Hans Andersson | |
| Willem Bekkers |
De uitspraak die hier wordt besproken, heeft betrekking op een klacht tegen een registeraccountant op grond van het tuchtrecht voor accountants. De registeraccountant werd verweten dat hij niet of onvoldoende hoor en wederhoor heeft toegepast. Deze stelt dat dit niet noodzakelijk was, omdat in de opdrachtverlening en in de rapportage geen sprake is van concrete personen. De Raad van Tucht concludeerde echter dat het onderzoek toch als persoonsgericht onderzoek kon worden aangemerkt. Zij oordeelde dat de betreffende registeraccountant derhalve tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hem werd als maatregel een schriftelijke berisping opgelegd.
Omdat deze uitspraak ook interessant is voor de praktijk van de organisatieadviseur wordt hij in deze rubriek besproken.