Succesvolle innovatie vereist twee activiteiten: je moet iets nieuws bedenken en dat vervolgens tot een levensvatbare (massa)markt ontwikkelen. De competenties die nodig zijn voor deze twee activiteiten, zijn echter in conflict met elkaar. Firma’s die goed zijn in ‘inventie’, zijn meestal niet goed in ‘commercialisering’ — en andersom. Slechts heel weinig firma’s zijn goed in beide. In het algemeen zijn kleine startende bedrijven natuurlijke pioniers, terwijl grote gevestigde ondernemingen natuurlijke ‘consolideerders’ zijn. Dat betekent dat pogingen van grote ondernemingen om meer ondernemersgeest in te bouwen — door de cultuur en structuren van kleine bedrijven te imiteren — voornamelijk tijdsverspilling zijn. Wat grote ondernemingen moeten doen, is hun natuurlijke voordeel als consolideerders benutten om de ideeën van andere bedrijven uit te bouwen tot massamarkten.
Successful innovation requires two activities: invention (coming up with a new idea) and commercialization (creating a viable market from the idea). However, the competencies required for invention and commercialization are in conflict with each other. Firms that are good at invention are unlikely to be like firms that are good at commercialization. Very few firms are good at both. In general, small startup firms are natural pioneers, whereas large established companies are natural consolidators. This means that attempts by large organizations to become more entrepreneurial — by imitating the culture and structures of small firms — are largely a waste of time. Rather, the challenge for big companies is how they can use their natural advantage as consolidators to “scale up” the ideas of others into mass markets.