Een abonnement op Management en Consulting geeft u vrije toegang tot alle publicaties in onze bibliotheek
| Max Rubinstein | AO Adviseurs voor Organisatiewerk |
| Frans Verhaaren | StreamLinks |
Het maatschappelijk aanzien van het adviesvak is de laatste jaren achteruitgegaan. Er werden handelwijzen van adviseurs bekend die de professie in een kwaad daglicht zetten. Adviseurs passen hun rapportages aan aan de wensen van de klant. Adviesbureaus claimen maatwerk maar leveren standaardoplossingen. Ze zien hun klanten vooral als melkkoeien. Ze laten senioren de opdracht binnenhalen en sturen daarna een pluk junioren voor de uitvoering. Ze kopen topambtenaren en topbestuurders op, niet vanwege hun advieskwaliteiten maar vanwege hun netwerk. Ook verschijnen er berichten in de pers over regelrechte belangenverstrengeling tussen opdrachtgevers en adviesbureaus.
De beeldvorming over organisatieadviseurs is negatief, maar ook vervaagt het beroepsbeeld steeds meer. Dat komt vooral door het oneigenlijk gebruik van de term ‘adviseren’ voor activiteiten die niet als adviseren kunnen worden beschouwd. Een herbezinning op de vanzelfsprekende groei- en graaicultuur van de advieswereld is op zijn plaats. Daarbij is niet alleen een herbezinning nodig door adviseurs op hun werkwijze, maar ook een herbezinning door managers op de manier waarop en de mate waarin zij van adviseurs gebruikmaken.
Het uitgangspunt is daarbij: er is geen eenduidig beroepsbeeld meer van ‘dé’ organisatieadviseur, en het heeft ook weinig zin om daar nog naar te streven. Wat is kenmerkend voor het werk van de organisatieadviseur?