Prof. dr. R.J. Tissen — Universiteit Nyenrode — Van Wim Kok wordt verwacht dat hij de Europese economie nieuw leven zal inblazen en dus staat ongetwijfeld ook de kenniseconomie op zijn lijstje van aandachtspunten. Want Europa vindt de kenniseconomie van het allergrootste belang. De vraag is nu wat Wim Kok zal gaan doen. Visie ontwikkelen of praktische voorstellen? Dat laatste heeft de voorkeur, bijvoorbeeld als het gaat om het versterken van de positie van het intellectuele eigendom in Europa of als het gaat om het vrije verkeer van kenniswerkers. Er is weer veel te doen over de economie. Zojuist is oud premier Wim Kok benoemd tot voorzitter van een speciaal in het leven geroepen werkgroep van de Europese Commissie om de slecht functionerende Europese economie uit het slop te halen. Het was immers de bedoeling dat die in 2010 tot de meest concurrerende economieën van de wereld zou gaan behoren, dus in ieder geval beter dan die van de Verenigde Staten. Maar dat lijkt inmiddels verre van haalbaar. Daar is het probleem te groot voor en gaapt er een te grote kloof tussen ambitie en werkelijk-heid. Ter beoogde oplossing van het probleem blijkt ook hier weer een oude Europese waarheid te gelden, namelijk dat als — en zodra — Europa een probleem heeft, vergaderen het eerste is dat zij doet. Of Europa besluit slagvaardig en snel om iemand in een nieuw te creëren functie te benoemen, zoals in het geval van Gijs de Vries als dé terrorismebestrijder van Europa, echter zonder duidelijke bevoegdheden of krachtig mandaat. Een Europese tijger zonder tanden in de lokale dierentuin van slappe knieën, wordt ook wel gezegd. Echter, als er één iemand is die als dompteur in de Europese arena goed werk kan doen, dan is het wel Wim Kok. Nukkig als hij is zal hij daadkrachtig te werk gaan maar daarbij onmiddellijk op de kenniseconomie stoten, want juist daar gaat de Europese ambitie over. Het was immers niet zomaar een ambitie, het was een Europese kennisambitie. Na de top van Lissabon werd dat in Barcelona nog eens bevestigd. Meteen dringt zich hier de vraag op waar Wim Kok zich dan mee zal gaan bezighouden. Wat is dat, ‘de kenniseconomie’? Zo vraagt menigeen zich af. Is het eigenlijk wel een economie of is het een pakket goede bedoelingen en voornemens? Net als de Nieuwe Economie, die zo’n onzalige en vroegtijdige dood is gestorven, wordt de kenniseconomie consistent naar voren gebracht als een positieve economie, dus aantrekkelijk en nastrevenswaardig. Zo wordt gesteld dat de kenniseconomie een ‘schone’ economie is in tegenstelling tot de industriële ‘smoke stag’-economie van de vorige eeuw. Gemakshalve wordt de milieuvervuiling van miljarden computers buiten beschouwing gelaten, om nog maar te zwijgen over zaken als ‘elektronische’ vervuiling van het psychisch welbevinden van mensen, door straling en storing. Zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt in haar laatste rapport voor de effecten van milieuvervuiling — álle milieuvervuiling — op het functioneren van de hersenen van jonge kinderen. Die gaan erop achteruit en wel fors. De grondstof van de kenniseconomie wordt er fundamenteel door aangetast. De kenniseconomie wordt ook voorgesteld als een menselijke economie, drijvend op het talent en de creativiteit van hoogopgeleide kenniswerkers. De praktijk laat zien dat juist deze categorie mensen er momenteel als eerste uitgaan bij saneringen. Het levert meer op (want het gaat om hoger betaalden) en het gaat makkelijker (want zij zijn minder vaak lid van een vakbond) dan de klassieke sanering aan de onderkant van ondernemingen. Ook de gepropageerde voordelen van het mondiale karakter van de kenniseconomie staan inmiddels ter discussie nu blijkt dat het door off-sourcing ook mogelijk is om kenniswerk naar lage lonen over te brengen. Om die aldaar tegen één vijfde van de kosten te laten verrichten door — ten minste dezelfde — kwaliteit van mensen. Mensen die waarschijnlijk zelfs nog meer gemotiveerd zijn dan hun Europese of Amerikaanse collega’s. Voor hen wordt het leven immers alleen maar beter. Nog belangrijker is echter dat de kenniseconomie als een échte economie wordt voorgesteld, zonder dat er sprake is van een gedegen theoretische grondslag, of dat er ten minste enkele economische kenmerken zijn die aantoonbaar verband met elkaar houden. Het verband tussen onderwijs en innovatie lijkt evident, maar is dat niet. Ook het verband tussen innovatie en ondernemerschap kon wel eens ander uitpakken dan verwacht en gepropageerd. Het is dan ook aannemelijk dat Wim Kok zich niet op dit gladde ijs zal bewegen. Daarvoor is hij een te doorgewinterd politicus en ervaren staatsman. Ook op visie zal hij zich waarschijnlijk niet laten betrappen, want daar is er al genoeg van in Europa (zolang het maar vaag blijft). Waarschijnlijker is dat hij een agenda met praktische voorstellen zal ontwikkelen en dat zou zijn missie tot een succes maken. Laat hij beginnen met het harmoniseren van het Europese octrooirecht en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Die behoren tot de hoogste ter wereld en zijn ten minste een factor 4 hoger dan in de VS. Ondanks alle — ook recente — pogingen lukt het maar niet om deze horde te nemen. En dat terwijl economische groei sterk afhankelijk is van die innovatie die kostenefficiënt én goed kan worden beschermd. Laat Kok zich ook bezighouden met het vrij verkeer van (kennis)werkers in Europa, zoals minister Brinkhorst laatst ook al eens voorstelde. Het zou Europa ten goede komen. Dat Kok dé man lijkt te zijn om deze klussen te klaren, lijkt evident. Hij heeft in ieder geval de wijsheid, maar heeft hij ook de kennis?