Een abonnement op Management en Consulting geeft u vrije toegang tot alle publicaties in onze bibliotheek
| Sweder van Wijnbergen | Universiteit van Amsterdam |
In deze lezing – de Ernst Hijmans-lezing van 2005 – vertelt Van Wijnbergen over zijn ervaringen met advies en adviseurs. Hij heeft in allerlei rollen en instanties met advies te maken gehad: op eigen houtje, aan de ontvangende kant, aan de uitdelende kant en soms allebei tegelijk.
Over zijn ervaringen als secretaris-generaal bij het ministerie van Economische Zaken: “Op een gegeven moment kreeg ik van mijn plaatsvervanger te horen: het is allemaal mooi dat je dat wilt, maar ga nu maar eens Berenschot huren en dan kunnen die je het ook vertellen. Maar toen zei ik: waarom is dat nodig, want ik weet dat wel en als Berenschot me iets anders vertelt dan geloof ik ze toch niet. Toen kreeg ik letterlijk het antwoord: je weet helemaal niet wat de rol van adviseurs is binnen de overheid. Jij huurt geen adviseurs in omdat je iets wilt weten. Jij huurt adviseurs in omdat jij naar de mensen die jij moet overtuigen wil zeggen: jongens, volstrekt onpartijdige buitenstaanders hebben ernaar gekeken, hebben het oordeel gegeven en dit is gewoon wat er moet gebeuren. Ik vind het ook heel erg jammer, maar het kan niet anders.”
Over zijn ervaringen als adviseur in de elektriciteitswereld: “Adviseur spelen is soms best frustrerend. In mijn geval moest ik allerlei contracten heronderhandelen, vrij grootscheepse dingen, al die bakstenen oude contracten uit de elektriciteitstijd. Had je het allemaal keurig onderhandeld, grote voordelen, en ineens gingen de heren bij elkaar en dan werd de adviseur even weggestuurd en dan kwam er weer iets verschrikkelijks uit. Dan ging het weer helemaal mis. En dan denk je van: ja, je wordt wel goed betaald en iedereen zit vrolijk te luisteren en vindt je heel slim. Uiteindelijk doen ze allemaal wat anders. Wat heeft dit nou eigenlijk voor nut? Nou, ik vond na een jaar dat het geen nut had.”