Floor BastenOrléoN Onder druk van steeds meer omstandigheden is het begrip ‘innovatie’ helemaal in zwang. Toch is er een verschil tussen de strekking van het woord uit het midden van de jaren negentig en nu. Tien jaar geleden was innoveren even vanzelfsprekend en noodzakelijk als ademen: je doet het automatisch, en zo niet dan ga je dood. Tegenwoordig staat de noodzaak voorop: blijkbaar is innoveren geen automatisme meer. Daarnaast blijkt ook nog eens de schaalgrootte van toen en nu te verschillen. Was voorheen de organisatie, hooguit de sector, doelwit van de vernieuwingsprofeten, tegenwoordig moet heel Nederland uit de innovatieve lappenmand gesleept worden – als we de retoriek rond kenniseconomie en kennissamenleving tenminste mogen geloven. Waar is de vanzelfsprekendheid (innoveren = ademen) gebleven en waar komt de uitvergroting van de noodzaak (innoveren = hyperventileren) vandaan?