Auteurs op het gebied van organisatieadvies en –kunde proberen hun ervaring en en inzichten te conceptualiseren in woorden, beelden, grafieken en praatplaten. Hoe vindt dat conceptualiseren eigenlijk plaats? Hoe werkt het als je inzichten en ervaring in een vorm probeert te gieten?
Zeker is dat het niet vanzelf goed gaat. Ervaring is soms moeilijk te vangen, en de ene conceptualisering doet het veel beter dan de andere. Conceptualisering lijkt bijna een vak apart. Het meest stereotype is dat een adviseur denkt dat als je aan methodologieontwikkeling doet, je dan moet uitkomen op een ‘stappenplan’: een verhaal over wat klanten moeten doen, met een faseplaatje erbij. Zo’n vormvertaling doet vaak helemaal geen recht aan wat iemand te vertellen heeft. Het is daar te plat voor, te knullig. Adviseurs - en hun klanten - hebben vaak het gevoel dat je pas iets concreets, verkoopbaars en overtuigends hebt als het de vorm heeft van een ‘aanpak’.
Maar moeizame conceptualisering lijkt ook ingegeven door een beperkt zicht op het conceptualiseringsproces zelf. Meer zicht op dit proces helpt adviseurs en onderzoekers een stap verder. Dit artikel is een reflectief verhaal over handige ideeën en tips waar de auteur tegenaan is gelopen.
Hans Vermaak | Léon de Caluwé - Leren veranderen: een handboek voor de veranderkundige (Kluwer, 2de geheel herziene editie, 2006)
Hans Vermaak | Joekie Blom – Leren veranderen onder druk: de Pabo met de ‘rode kaart’ (Twynstra Gudde, 2001)
Hans Vermaak | Hans Westerveld – Werelden achter de zorg (Twynstra Gudde, 2001)