Een abonnement op Management en Consulting geeft u vrije toegang tot alle publicaties in onze bibliotheek
| Michael van der Velden |
Een directeur-bestuurder verwijt een organisatieadviseur, lid van de Ooa, dat hij gedragsregel 6.3 heeft geschonden door een notitie uit te brengen waarin een oordeel over de persoon van klager wordt gegeven. Dat gebeurde (1) zonder dat vooraf aan hem kenbaar is gemaakt dat de begeleiding door de organisatieadviseur tot een oordeel over hem zou kunnen leiden, en (2) zonder dat hij in de gelegenheid is gesteld om inhoudelijk op de notitie te reageren voordat de organisatieadviseur die aan de opdrachtgever (de Raad van Toezicht) uitbracht.
De Commissie van Toezicht oordeelt dat de klachten gegrond zijn en legt de organisatieadviseur de maatregelen van berisping op.