zoeken in deze site


het laatste nummer

nieuwsbrief

Meld u hier aan voor onze gratis wekelijkse nieuwsbrief.

word abonnee

Neem nu een abonnement op Management en Consulting.

bibliotheek

  • Managing by lummeling around
    Eenvoud op vrijdag Paul Swart

    lees verder

  • Wandelend komen de beste gedachten
    Eenvoud op vrijdag Frans Kerklaan

    lees verder

  • Ga je mee Kleine Beer?
    Wilma Vloon

    lees verder

  • Een nieuwe rector, een nieuw geluid
    Uit het blad

    lees verder

  • Minder communiceren, meer inspireren
    Mario Bierkens

    lees verder

  • 5 toptips voor teambegeleiding
    Uit het blad

    lees verder

volg MenC site feeds

aanmelden

actueel donderdag 01 december 2011

  • Adviseren aan de top
    Leiders van organisaties zoeken hulp van adviseurs bij hun complexe vraagstukken en navenant hachelijke taken. Dat kan linke soep zijn. Lees de nieuwste column van Erik van de Loo.

    Adviseren aan de top van organisaties en ondernemingen is niet zonder gevaar. Grote vraagstukken zoals strategie, risicoinschatting en leiderschapsopvolging zijn geen wiskundesommen. Het gaat om het beoordelen van ontwikkelingen, kansen en risico’s op velerlei gebied. Dit amalgaam van economische, politieke, technologische, sociale en organisatorische factoren zet de deur wijd open voor adviseurs. Leiders zoeken hulp en advies bij hun complexe vraagstukken en navenant hachelijke taken.

    Met een adviseur haalt een opdrachtgever ook een specifieke benadering en methodologie in huis. Soms zijn dat indrukwekkende en omvattende modellen en protocollen, die dwingend aan de gehele organisatie worden opgelegd. Wie kan immers het belang ontkennen dat er op hoofdlijnen eenzelfde benadering bestaat?

    Deze zelfde adviseurs ondersteunen vervolgens graag bij de organisatiebrede uitrol. Voor je het weet is er daarmee een oplopende afhankelijkheid van de adviseur, voor wie het commerciële belang steeds groter wordt. Grote en vaak meerjarige contracten bezegelen de onderlinge afhankelijkheid. De adviseurs vragen terecht dat de top de programma’s actief ondersteunt, juist in tijden van tegenwind. Consistentie is belangrijk. Hoe juist dit alles ook mag zijn, het verhoogt tevens de kans dat het moeilijk wordt om kritiek op de adviseur en de bijbehorende aanpak te hebben.

    Voor je het weet, wordt kritiek op de adviseur opgevat als kritiek op de leiding. Ik ken situaties waarin de organisatie de adviseur niet vertrouwt die door de top aan hen is toebedeeld. Oppervlakkig gezien is er een open gesprek, feitelijk kunnen belangrijke zaken niet aan de orde komen. De conclusie van dit alles is dat de dynamiek tussen adviseurs en leiders aan de top er toe doet. Ontsporingen doen zich daar soms bij voor.

    Zo zijn er leiders die een deel van het ‘vuile werk’ door de adviseur laten opknappen. Onlangs hoorde ik van een bestuursvoorzitter die zijn persoonlijke adviseur een vrijbrief had gegeven om namens hem in elke bijeenkomst waar ook ter wereld onaangekondigd aan te schuiven. Op basis hiervan konden vergaande besluiten worden genomen. Hij had al snel de bijnaam Zo zijn er ook adviseurs die hun bijzondere rol naar het hoofd is gestegen. Zij wanen zich directielid en gedragen zich als zodanig. Niet zelden vragen en krijgen ze een eigen kamer op de directievloer.

    Bij ontbreken van zelfreflectie en feedback hierop kan dat tot rare taferelen leiden. Iemand sprak mij over de leider van een ingrijpend veranderingstraject. Ik vroeg naar de aanpak van deze adviseur. ‘Hij is geen adviseur maar lid van de directie’, was het even stellige als onjuiste antwoord. Onjuist ten opzichte van de formele rolbeschrijving van hem als adviseur. Juist gelet op het toegelaten gedrag van de adviseur. Het is onvermijdelijk dat de stijl van de leider de adviseur beïnvloedt. Kenmerken als achterdocht, narcisme, controlebehoefte en impulsiviteit zullen ook hun stempel op de adviesrelatie drukken.

    Hoe beïnvloedt dit de keuze van en de relatie met de adviseur? Het wordt pas een probleem als hier geen reflectie op mogelijk is. En al helemaal als de adviseur hierin zelf een blokkade vormt. Welke adviseurs zijn nodig? Hoe pakken zij hun rol op? Hoe is de wisselwerking tussen adviseur en directie? Wie bewaakt de grens tussen invloed en macht? Wanneer is het tijd voor de adviseur om te gaan? Waar het adviseren aan de top betreft, horen ook deze vragen in alle openheid gesteld te kunnen worden.

    Erik van de Loo werkte als klinisch psycholoog bij de Koninklijke Landmacht (1981-1984) en was universitair docent bij de Rijksuniversiteit Leiden.

    Reageren: info@phyleon.nl

Meer nieuws