zoeken in deze site


het laatste nummer

nieuwsbrief

Meld u hier aan voor onze gratis wekelijkse nieuwsbrief.

word abonnee

Neem nu een abonnement op Management en Consulting.

bibliotheek

  • Managing by lummeling around
    Eenvoud op vrijdag Paul Swart

    lees verder

  • Wandelend komen de beste gedachten
    Eenvoud op vrijdag Frans Kerklaan

    lees verder

  • Ga je mee Kleine Beer?
    Wilma Vloon

    lees verder

  • Een nieuwe rector, een nieuw geluid
    Uit het blad

    lees verder

  • Minder communiceren, meer inspireren
    Mario Bierkens

    lees verder

  • 5 toptips voor teambegeleiding
    Uit het blad

    lees verder

volg MenC site feeds

aanmelden

actueel donderdag 08 september 2011

  • Wat maakt een goede adviseur?

    Organisatieadviseurs liggen onder vuur. Het zijn profiteurs, ze fungeren vooral als bliksemafleider en hun adviezen leiden nergens toe. Dat wil althans de beeldvorming…


    Reden voor Management en Consulting (2011 nr. 4) om op zoek te gaan naar het antwoord op de vraag: wat maakt een goede adviseur?

    Aan kritische geluiden – van oudsher – geen gebrek. Elke adviseur kent hardnekkige wandelganguitspraken als ‘70% van de adviestrajecten mislukt’, ‘adviseurs spekken vooral hun eigen portemonnee’ en ‘ze worden vaak gebruikt om falend management te legitimeren’. Typerend: Bullshit Management hoort momenteel bij de best verkochte managementboeken. De kritiek van auteur Jos Verveen – uiteraard zelf adviseur en manager – op organisatieadviseurs en managers is meedogenloos: het zijn lege hulzen en hun organisatie-instrumenten werken niet.

     

    Maar ook iemand als Hans Strikwerda spaart de adviseur niet: “Waarom maken we ons zo druk over de professionalisering en kwaliteit van het vak managementconsulting?” schreef hij vorig jaar in Management en Consulting. “Kennelijk is er sprake van gebrek aan professionaliteit of mogelijk zelfs van charlatans en daarmee dus van gebrek aan kwaliteit.

    De negatieve beeldvorming van het adviesvak ergert Léon de Caluwé (VU en Twynstra Gudde). Volgens hem wordt het adviesvak veel te eenzijdig belicht. “Neem nou het hardnekkige gerucht dat 70% van de managementtrajecten mislukt. Kun jij daar de bron van achterhalen? Het meeste is borrelpraat. Natuurlijk worden er fouten gemaakt, maar er wordt ook ontzettend goed werk geleverd en daar lijkt de aandacht zich maar niet op te richten. Of het jaloezie is weet ik niet, maar kennelijk is het al 20 jaar de moeite waard om onze beroepsgroep het vuur aan de schenen te leggen.”

    Wat niet wegneemt dat de kernvraag relevant is: hoe scheid je het kaf van het koren? Adviseur Annemieke Stoppelenburg werkt aan de Universiteit van Tilburg aan een onderzoek naar de kwaliteitsbepaling van adviseurs. Zij kan nu nog weinig over haar onderzoek loslaten, maar veel zal er niet veranderd zijn ten opzichte van soortgelijk onderzoek dat zijn in 2002 met De Caluwé deed: “We onderzochten toen de kwaliteit van een representatief aantal adviesopdrachten bij de Rijksoverheid, om daarmee de vooroordelen jegens onze beroepsgroep te ontzenuwen. Want ook toen werden adviseurs vooral door de media vaak neergezet als overbodig en inhalig”, zegt Stoppelenburg. ”Als gemiddelde beoordeling gaven opdrachtgevers bij de Rijksoverheid de adviseurs een 7, met als belangrijkste advieskwaliteiten: het scherp houden van de oorspronkelijke doeleinden en een goede, frequente communicatie met de opdrachtgever. En volgens mij zijn dat nog steeds de basisvoorwaarden voor een goed adviestraject.”

    Volgens Joop Swieringa - auteur van Bekentenissen van een organisatieadviseur – is inhoudelijke deskundigheid zelden het probleem. “80% van alle mislukte adviestrajecten loopt stuk op politieke, sociale en emotionele kwesties”, zegt hij. Veel adviseurs houden een bijna wetenschappelijke afstand tot de organisatie. Ze werken alleen met hun hoofd, niet met gevoel, en doen weinig aan sociaal-emotionele zelfreflectie. Swieringa: “Gaat het mis, dan zie je adviseurs hakkelend en stotterend - bevangen door emoties - teruggrijpen op hun kennis om hun gelijk te halen. Zij leren weinig tot niets van hun fouten omdat ze, als de gewenste verbetering uitblijft, hun adviesmodel aanpassen: is dat nog wel valide?”

     

    Als de klantrelatie slecht is, zullen opdrachtgevers ook vakinhoudelijk niets van je aannemen. Swieringa: “En dan kun je praten als Brugman, maar het zal je niet helpen. Het is de arrogantie van slechte adviseurs die dat probleem veroorzaakt. Die denken nog wel eens dat ze alles beter weten en creëren daarmee een ongelijkwaardige relatie. Als je wilt dat een opdrachtgever precies doet wat jij zegt, had je zelf manager moeten worden. Een goede adviseur weet het niet beter dan zijn opdrachtgever, hij weet het anders.

    Bron: Jorn Hövels – Good or bad? Management en Consulting 2011 nummer 4. Bij een (proef)abonnement krijgt u dit nummer toegestuurd.

     

Meer nieuws