Home / Blogs / Dick van Ginkel / De volkshuisvesting op z’n kop
Blog

De volkshuisvesting op z’n kop

De volkshuisvesting op z’n kop

17 juni 2015 - De recent aangenomen Woningwet verbiedt het om tegelijkertijd commissaris te zijn bij een woningcorporatie in NL en een bestuurde schap te vervullen bij een corporatie in NL. Dat kan nogal wat consequenties hebben voor professionele interim-bestuurders. Is de regelgeving ten aanzien van belangenverstrengeling niet teveel doorgeslagen?

Door Dick van Ginkel

Niet alleen in de zorgsector is het gesprek over de verbetering van goed bestuur en governance volop gaande. Regelmatig zien we dat verenigingen van toezichthouders als NVTZ (zorg), VTOI (onderwijs), NVTK (Kinderopvang) en VTW (woningcorporaties) de handen ineen slaan om best practices te ontwikkelen en uit te wisselen. Van elkaar leren is vanzelfsprekend een goede zaak, maar ik hoop dat dit niet opgaat voor de nieuwste governanceregel voor de woningcorporaties.

Het is onmiskenbaar dat de sector woningcorporaties het debat over de verbetering van governance heeft aangejaagd. De maatschappelijke en politieke reactie op enkele – bijna sectorontwrichtende - gebeurtenissen was begrijpelijk heftig en vormde ook aanleiding voor een parlementaire enquête. Dit alles was voldoende voor de wetgever om in te stemmen met een nieuwe Woningwet waarin maatregelen zijn opgenomen om de sector terug te brengen tot de kerntaken, en de kwaliteit van governance te versterken.

Die maatregelen beslaan een breed terrein: onder andere versterking van de positie van de RvC in formele zin; een geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets bij (her)benoeming, met een zwaarte afgeleid van die in de financiële sector; verplichte permanente educatie en aangescherpte onverenigbaarheidscriteria. Bij dat laatste is een bepaling opgenomen die mijns inziens aantoont dat de wens van velen in de politiek om te laten zien dat er nu ‘echt doorgepakt wordt’ ook kan doorslaan.

Artikel 25 van de nieuwe Woningwet geeft aan dat ‘het lidmaatschap van het bestuur onverenigbaar is met het lidmaatschap van een ander orgaan van, en een andere functie bij, een toegelaten instelling’. En met artikel 30 is aan de kant van de RvC geregeld dat ‘het lidmaatschap van de raad van toezicht onverenigbaar is met het lidmaatschap van een bestuur van een toegelaten instelling’. Bestuurders van woningcorporaties kunnen dus gelijktijdig nooit meer lid zijn van een RvC van een corporatie, waar dan ook in Nederland. En een lid van een RvC van een corporatie kan gelijktijdig nooit meer bestuurder zijn van een corporatie, waar dan ook in Nederland.

Ik vind dat in het voorkomen van belangenverstrengeling de regelzucht hier wel heel ver gaat. Waarom niet gekozen voor de invulling zoals die in de Zorgbrede Governance Code al vanaf 2010 geldt, waarbij de combinatie van functies niet is toegestaan als sprake is van een ‘andere zorgorganisatie die binnen het verzorgingsgebied van de zorgorganisatie geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden als de zorgorganisatie verricht?’.

Wat geldt voor ‘reguliere’ bestuurders is natuurlijk ook van toepassing op interim-bestuurders. Bij deze beroepsgroep is het hebben van een toezichthoudende functie vaak een belangrijke extra kwaliteit op hun CV. Maar zij zullen dus moeten kiezen.

Wat mij betreft is de regelgeving hier doorgeslagen en ik hoop dat deze ‘best practice’ vanuit de wereld van woningcorporaties niet zal overwaaien naar andere sectoren!

Over Dick van Ginkel
Dick van Ginkel

Dick van Ginkel is partner bij Consort en sinds 1979 werkzaam als organisatieadviseur. Hij is met name actief voor maatschappelijke organisaties en (semi) overheidinstellingen. Mede vanuit zijn ervaring als commissaris coacht hij bestuurders en toezichthouders in de boardroom. Bestuurlijk is hij actief als voorzitter van de raad van toezicht van Kombinatie Zeist, voorzitter van de RvT Stichting Thuiszorg Midden Gelderland (Stmg), vicevoorzitter van de RvT van Spectrum Gelderland, en voorzitter van de redactie van Management & Consulting.

ginkel@consortgroep.nl