• Mediawerf
  • Management & Consulting
  • Goed Bestuur & Toezicht
  • HMR
  • Knowly
Home / Blogs / Hans van Emmerik / De psychologie achter coronasmoesjes
Blog

De psychologie achter coronasmoesjes

De psychologie achter coronasmoesjes

05 mei 2020 - Ik geef het toe, ik heb de verloskundige de hand geschud. Ze stond al ruim een uur zwetend op minder dan een meter afstand, dus wat maakt het uit, dacht ik na de geboorte van mijn dochter.

Door Hans van Emmerik

Het gebeurde vorige week. Aanwezig: mijn vriendin, de verloskundige en ikzelf. Meer mensen mochten er niet bij zijn. Niet dat wij dat van plan waren, maar bij bevallingen in coronatijd gelden andere richtlijnen.

Aan het begin van de nacht maakten we kennis met de dienstdoende verloskundige. Met stevige passen en de mouwen opgestroopt kwam ze de kamer binnen. Als je had vertelt dat ze boerin was die een kalf uit een koe ging trekken, had ik je ook geloofd. Deze vrouw wist wat ze deed en dat gaf vertrouwen.

Kennismaken deden we op gepaste afstand. Op anderhalve meter. Wel vreemd, vond zij ook. ‘Ik kom straks toch echt dichterbij en dan ga ik je aanraken’, zei ze. Maar ze hield zich netjes aan het geen-handen-schudden-protocol. Zij wel.

Aan het begin van de ochtend, rond een uur of negen, kwam haar opvolger de kamer binnen. De nachtdienst zat erop. En toen gebeurde het. Ik lette even niet op en vanuit mijn ooghoek kwam mijn rechterhand uit mijn zij omhoog en voordat ik er erg in had, had ik hem al uitgestoken haar kant op. ‘Bedankt voor al je hulp vannacht.’ Wat bezielde mij? 

De drie V’s voor goed gedrag

Geen handen schudden en de anderhalve meter afstand zijn bedoeld om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen. En onze overheid zet daarbij maximaal in op eigen verantwoordelijkheid voor goed gedrag.

Ooit leerde ik van de voorzitter van het College van Bestuur van de VU Amsterdam dat verantwoordelijkheid niet kan bestaan zonder vrijheid en vertrouwen; samen de drie V’s voor goed gedrag. Dat onze overheid hierop inzet mag je verwachten van een volwassen democratie. Dat de meesten van ons hier prima naar kunnen leven ook. En het werkt. Op advies van het Outbreak Management Team (OMT) is de broekriem nu één gaatje losser.

Voorzitter van het OMT is RIVM-directeur Jaap van Dissel. Hij is op dit moment de belangrijkste adviseur van het kabinet. Of er nieuwe maatregelen bijkomen of dat maatregelen worden versoepeld, hangt af van ons gedrag, zo lichtte hij meerdere malen toe.

Twee keer fout

Mijn gedrag in de verloskamer was fout. Dat snapte ik. En toch vond ik dat ik haar de hand mocht schudden, ze had immers net mijn dochter op de wereld geholpen. Dat zou Van Dissel toch ook begrijpen? Ik vergoelijkte gedrag waarvan ik wist dat het verkeerd was. Dit menselijke trekje heet in de psychologie Moral Disengagement en we maken ons er allemaal schuldig aan.

In het Nederlands: Morele Ontkoppeling.

De psycholoog Albert Bandura muntte de term eind vorige eeuw. Het komt erop neer dat we verkeerd gedrag voor onszelf goedpraten. We weten eigenlijk wel dat hamsteren niet hoort, maar stel dat er toch een lockdown komt. We weten prima dat iets moreel niet helemaal hoort, maar op dat moment, in die situatie, geldt de ethische norm voor jou even niet.

Het is van alle tijden. Deze eeuw hebben we in het bedrijfsleven verkeerde voorbeelden voorbij zien komen bij de bestuurders van detailhandelsconcern Ahold, energieconcern Enron en woningcorporatie Rochdale en tijdens de financiële crises werd het bankiers verweten. Nu doen onder meer ministers Koolmees en Hoekstra een beroep op ondernemers om moreel verantwoordelijk met regelingen om te gaan en er geen misbruik van te maken. Maar luisteren zij daar ook naar?

Vier keer in de praktijk

Voor het boek The Social Psychology of Change Management pluisde ik met collega’s de wetenschappelijke literatuur uit op de vraag: Hoe herken je moreel ontkoppelt gedrag? Hieronder vier manieren.

  1. Eufemistisch taalgebruik: De rector van Vindicat verdedigde in maart 2020 de skireis naar Noord-Italië nog als volgt: “We willen geen enkel risico nemen. Het is níet de bedoeling het coronavirus daar op te halen en vervolgens te verspreiden in Nederland.”
  2. Verzachtende vergelijking: Bij Zondag met Lubach zei een man op straat: “Mijn vrouw werkt in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. De kans dat ik besmet raak, is dus wel redelijk groot eigenlijk, dus ik ben niet zo bang voor mensen hier op straat, want ik denk: mijn vrouw is mijn grootste besmettingshaard.”
  3. Verleggen van verantwoordelijkheid: Alle variaties die neerkomen op: “Kijk, anderen doen het ook” en “Ik weet zeker dat ik geen corona heb”.
  4. Bagatelliseren: Bij Zondag met Lubach zei een vrouw op straat: “Hoe voorzichter je bent, hoe gauwer je het krijgt. Als je gewoon je eigen gangetje gaat dan valt het allemaal best wel mee.”

Een moreel appel

Het coronavirus kun je niet zien met het blote oog. Verkeerd gedrag wel. Het is zichtbaar in wat we zeggen en doen. Blijf erop letten en hopelijk kan binnenkort de broekriem weer een gaatje losser.

 

Over Hans van Emmerik
Hans van Emmerik

Vanuit de gedragseconomie en sociale psychologie schrijft Hans van Emmerik evidence-based en praktisch toepasbaar over omgaan met onzekerheid en verandering. Hans is ervaren als externe en interne adviseur op risico- en verandermanagement. Hij adviseert en traint en was onder meer onderzoeker voor het boek: The social psychology of change management.