Home / Blogs / Meindert Flikkema / Baat bij permanente educatie
Blog

Baat bij permanente educatie

Baat bij permanente educatie

06 december 2018 - Het stoppen van de Executive Master Management Consulting (EMMC) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft nogal wat stof doen opwaaien. Onder andere Rob Wagenaar en Marguerithe de Man leverden kritiek op het besluit. Academic Director van het Amsterdam Centre for Management Consulting Meindert Flikkema reageert.

Door Meindert Flikkema

Dat de beroepsgroep, die naar mijn mening ruwweg gevormd wordt door iedereen die met regelmaat managers adviseert over vraagstukken van externe en interne afstemming (Keuning en Eppink, 2012) en daar een factuur voor stuurt, niet gebaat is bij lange opleidingsprogramma’s heb ik beweerd noch ontkend. Overigens ben ik van mening dat iedere beoefenaar van een kennisintensief beroep baat heeft bij permanente educatie. Het is heilzaam, inspirerend en professioneel om met regelmaat met anderen te werken dan collega’s.

Wat ik in het korte interview met M&C heb proberen duidelijk te maken, is dat er in mijn ogen meerdere oorzaken zijn, die afzonderlijk en in samenhang het verdwijnen van de EMMC-opleiding verklaren. Ik kom tot die conclusie op basis van onze terugkerende ervaringen in sterk vergelijkbare omstandigheden, naar mijn mening de enige legitimatie van kennisclaims. Eén (!) van de oorzaken is inderdaad de lengte (en intensiteit) van het programma, die sinds jaren 18 maanden en daarvoor nog 24 maanden bedroeg. Daarvan werd aanvankelijk een groot deel op zaterdagen verzorgd. Dat is nu ondenkbaar voor verreweg de meeste geïnteresseerden en trouwens ook voor docenten.

Het klopt dat consultants niet minder tijd hebben dan 15 of 20 jaar geleden, zoals Marguerithe de Man stelt. Ook toen was het moeilijk om structureel tijd te vinden en krijgen voor het volgen van een externe opleiding. De bereidheid om diezelfde tijd te investeren in lang, intensief en kostbaar Nederlands opleidingsaanbod is wel minder geworden. Het Sioo heeft dat ook ervaren en niet voor niets is in de afgelopen jaren ook de RSM-opleiding voor management consultants verdwenen. Het heeft te maken met een sterk veranderende marktcontext, zowel aan de vraag- als aanbodkant. Ik noem drie voorbeelden daarvan, er zijn er veel meer.

Ten eerste blijven jonge consultants korter dan voorheen bij hetzelfde bureau en in de sector. Bij vertrek moeten de vaak hoge kosten van opleidingen terugbetaald worden. Dat doet aarzelen. Ten tweede is buitenlands aanbod van gerenommeerde business schools met cv-waarde, steeds dichterbij. De opportunity costs van Nederlandse opleidingen zijn daardoor sterk gestegen. Het internet is een belangrijke hefboom van deze ontwikkeling. Het ‘lange’ aanbod uit het buitenland is weliswaar vaak aanzienlijk duurder dan het Nederlandse, maar via modules en nano-degrees wordt het toch haalbaar om deel te nemen en later de waarde van merken zoals IMD, Harvard en Insead te verzilveren. Ten derde heeft de economische crisis met start in pakweg 2008 er bij veel (ROA) bureaus en zzp’ers nog harder ingehakt dan vorige crises, waardoor nog altijd behouden keuzes worden gemaakt als het gaat om investeringen in externe opleidingen.

Een belangrijke vierde verandering, die overigens ook gevolgen heeft voor kort opleidingsaanbod, is die van het vak. De vraag naar onversneden extern organisatieadvies is sterk afgenomen, daar is de vraag naar verandervermogen en oplossingen geleidelijk voor teruggekomen. Vergelijk de vorm en inhoud van logo’s van adviesbureaus over de tijd en de verandering tekent zich letterlijk af. Het adviesvak in zijn oorspronkelijke vorm is aan het einde van haar levenscyclus. Oudgedienden koesteren het en dat is begrijpelijk. Het vak verdwijnt, maar net niet helemaal. Uit de hoek van het Toezicht & de OR zullen voorlopig klassieke vragen blijven komen. Verder gaat het vak op in aanbod van tijdelijke hoogwaardige denk- en doecapactiteit en in andere professies die diversificeren. Het ontwikkelen van adviesvaardigheden blijft hoe dan ook opportuun, maar dan vooral als onderdeel van het repertoire van de externe veranderkundige of –kunstige, die digitaal ook stevig geletterd is. Die professional zal af en toe ook adviseren, maar dan klein (Flikkema, 2015) en met als uitgangspunt dat advisering slechts zin heeft als er sprake is van veel vertrouwen en een grote informatie-asymmetrie in combinatie met beperkte middelen om die te (willen) keren.

Organisatieadviseurs waren organisatiekundigen, waarvoor veranderkunde steeds belangrijker werd. De rollen zijn nu omgedraaid. De paragraaf Change Management in adviesrapporten is verworden tot titel van de gehele consulting-act. Met veranderkunde en –kunst, kun je het verschil maken voor klanten. Continue adaptatie is de nieuwste normaal, maar geen appeltje eitje. Organisaties zijn in mijn ogen systemen van uiteenlopende belangen, die stevig behartigd worden. Daar valt niet tegenop te adviseren. Dit betekent overigens niet dat een veranderkundige geen organisatiekundige hoeft te zijn. Sterker nog dat is een conditio sine qua non.

Ze is er nog wel, zoals Rob Wagenaar terecht vermoedt, de vraag naar gespecialiseerd lang opleidingsaanbod voor management consultants. Er moeten echter veel grotere marketing en sales inspanningen gedaan worden om die (latente) vragers te vinden. De universiteit wil die inspanning niet leveren. Eigenlijk maar goed ook. Zo ontstaat er een vacuüm, waaraan nieuw initiatief kan ontspruiten.

 

Referenties

Keuning, D. & Eppink, D.J. (2012) Management en organisatie - Theorie en toepassing. Noordhoff Uitgevers, 10e druk.

Flikkema, M.J. (2015) Meer dan ooit adviseren, maar kleiner. Management & Consulting 1, pp. 22-35.

Over Meindert Flikkema
Meindert Flikkema

dr. Meindert Flikkema is Academic Director bij het Amsterdam Centre of Management Consulting

https://ee.sbe.vu.nl/nl/management/centra/amsterdam-center-management-consulting/index.aspx