Home / Blogs / Meindert Flikkema / Broddelwerk voorkomen
Blog

Broddelwerk voorkomen

Broddelwerk voorkomen

18 november 2014 - De ROA heeft de gedragsregels aangescherpt om zo een keurmerk te creëren voor gedegen advieswerk. Een defensieve, niet al te overtuigende reactie op de moeilijkheden waarin veel bureaus met een rijke historie verkeren, vindt Meindert Flikkema. Hij pleit voor nieuw vakmanschap, waarbij ‘hyperspecialisatie zonder oogkleppen’ een must is.

Door Meindert Flikkema

De Raad van Organisatie Adviesbureaus (ROA) heeft de gedragsregels aangescherpt om zo een soort keurmerk te creëren voor gedegen advieswerk (Trouw, 4 november 2014). Het is een defensieve reactie op de moeilijkheden waarin veel bureaus met een rijke historie verkeren. Wildgroei in het aanbod, veroorzaakt door de sterke groei van het aantal zelfstandige professionals (ZP’ers), wordt gezien als één van de oorzaken daarvan. Overtuigend klinkt dat niet. Het doet vooral denken aan ‘wij van wc-eend, adviseren verbeterde wc-eend’ en aan een krampachtige poging om weer de bovenliggende partij te worden. Het is sterk de vraag of dit zal lukken met een keurmerk dat je zelf hebt bedacht, herlaadt en toekent. Evenmin overtuigend is het ‘sleutelen aan het business model’ (FD, 10 oktober 2014). De noodzaak daarvan had een advies van de bureaus zelf kunnen zijn. Een vormadvies waar niemand het mee oneens zal zijn, maar ook weinigen mee vooruit kunnen. De problemen waarmee veel (ROA) bureaus kampen vragen om veel concretere maatregelen. Er zal flink geïnvesteerd moeten worden in handelingskennis (know how), feedbacksystemen en het vermogen om snel succesvolle gelegenheidscombinaties te smeden voor vraagstukken van vandaag én morgen.

Afnemers bij de overheid en in het bedrijfsleven vragen om nieuw vakmanschap en steeds vaker om de ‘vent in plaats van de tent’. Gelukkig maar. Er is nog steeds veel budget voor organisatieadvies -ruim 1,2 mld. in Nederland in 2013- maar niet meer voor vuistdikke rapportages over verbeterpotentieel en blauwdrukken van nieuwe organisaties. Wel voor resultaat! En dat vraagt om adviseurs met veel meer specialistische know how & know when, die bovendien het vermogen hebben om vast te stellen of opdrachtgevers daar in hun situatie echt mee worden geholpen. Vakmanschap vraagt om het kennen van de finesses van een (klein) vak én de bijsluiter. Vakmannen zijn bescheiden, blijven twijfelen over eigen kunnen, kijken niet neer op anderen en hebben de diep gekoesterde wens om zich te blijven verbeteren. ‘Hyperspecialisatie zonder oogkleppen’ is daarvoor een must, gedegenheid daarvan het product.

Nieuw vakmanschap betekent dat adviseurs nee zeggen tegen opdrachten, als die niet bij hen passen, ook in economisch zware tijden. Nieuw vakmanschap betekent dat de beste tijd gegeven wordt aan de verdere ontwikkeling ervan, in interactie met klanten, maar ook hoog frequent met hulp van universiteiten. Nieuw vakmanschap betekent dat moderne technologie wordt ingezet voor het leren begrijpen van ervaringen van klanten en de (veranderende) systemen waarin ze werken (social physics) en dat professionele twijfel productief wordt gemaakt. Nieuw vakmanschap betekent ook dat de permeabiliteit van bureaus moet worden vergroot en over de grenzen van het eigen (eenmans)bureau heen, moet worden gezocht naar vruchtbare samenwerking met anderen. Oók met (andere) gespecialiseerde ZP’ers. Als dat allemaal lukt, dan wordt overal veel broddelwerk voorkomen, krijgt goed werk snel een vervolg en neemt het economisch en maatschappelijk rendement van de organisatieadviessector sterk toe.

Over Meindert Flikkema
Meindert Flikkema

dr. Meindert Flikkema is Academic Director bij het Amsterdam Centre of Management Consulting

https://ee.sbe.vu.nl/nl/management/centra/amsterdam-center-management-consulting/index.aspx