Home / Blogs / Simon Sijbrands / Kijken hoe Oranje wereldkampioen wordt.
Blog

Kijken hoe Oranje wereldkampioen wordt.

Kijken hoe Oranje wereldkampioen wordt.

14 mei 2014 - Het strategische doel van Oranje is wereldkampioen worden in Brazilië. Volgens Johan Cruijff bestaan er voor dat proces geen boeken. Het is vooral een kwestie van 'kijken, kijken en nog eens kijken', waardoor je tijdens de voorbereiding en het toernooi al puzzelend de antwoorden vindt op tientallen vragen. Zoals: wie zit er in goed in zijn vel en wie niet? Wie functioneert wel in de ene tactiek en wie niet?

Door Simon Sijbrands

Laten we eerlijk zijn: er zullen op dit moment weinig mensen zijn die echt denken dat het Nederlands elftal straks in Brazilië wereldkampioen voetbal wordt. We hebben niet dezelfde superieure voetbaltechnische kwaliteiten als Spanje of Brazilië of het uitzonderlijke collectieve doorzettingsvermogen van de Duitsers. Maar, wat kunnen we hier dan tegen inbrengen?

Het lijkt erop dat het antwoord wordt gezocht in het tactische spelconcept – naast 4-3-3 gaan ‘we’ waarschijnlijk frequent 5-3-2 spelen. Inderdaad geen overbodige luxe tegen ploegen die de kwetsbaarheid in de verdediging van Oranje aantonen door vroeg ‘druk’ te zetten, soepeltjes tussen en door onze linies combineren en de voorspelbaarheid van de acties van onze voorhoedespelers. Maar ja, tactiek is als een beleidsplan – tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Anders gezegd: de realisatiekracht van het team is allesbepalend.

Over de kloof tussen intentie en realisatie binnen organisaties en high performance teams is veel onderzoek gedaan en zijn er vele boeken over geschreven. Het is ‘logisch’ dat Cruijff deze niet allemaal op zijn netvlies heeft staan. Zonder op al die relevante wetenswaardigheden in te gaan, pik ik er eentje uit: winnende teams verklaren vaak achteraf dat ze in een roes hebben geleefd, niet werden afgeleid door bijzaken en al hun energie konden richten op de realisatie van het ultieme doel. Anders gezegd, externe of interne prikkels die het brein van individuele spelers bereikten, werden (on)bewust in het brein verwerkt tot sturingsinformatie die congruent was met de collectieve doelstelling. Nog anders gezegd, mentale processen conflicteerden niet met elkaar, maar waren consistent, zodat de beschikbare mentale energie niet verloren ging aan activiteiten die niet gericht waren op de realisatie van ondergeschikte doelstellingen. Dat is de neurale werkelijkheid.

Om Van Gaal nu gericht advies te geven, moeten we nog één slag dieper gaan. In het brein zijn grofweg twee stromen actief: een bovenstroom en een onderstroom. De onderstroom reageert reflexief op prikkels en wordt bestuurd door onze onbewuste emotionele ervaringen; de bovenstroom reageert reflectief op prikkels en wordt bestuurd door onze cognitieve functies – ons verstand – en komt in actie als er sprake is van een nieuwe situatie die niet in onze ervaringsdatabase (ons geheugen) wordt herkend of wanneer het verstand tegen het gevoel indruist. Zolang de prikkels via de leidende onderstroom functioneel worden verwerkt en ingrijpen van de bovenstroom niet nodig is, blijft men in de roes. Echter zodra we bewust (moeten) reflecteren (b.v. als het team gaan twijfelen over de vraag of het wel wereldkampioen kan worden) dan is de kans op inconsistentie groot en gaan we uit de ‘flow’. Daarbij is het goed om te weten dat de onderstroom sneller werkt dan de bovenstroom. Emoties hebben, zeker wanneer het spannend wordt, de neiging de overhand te krijgen; allerlei energie-slurpende psychologische verdedigingsmechanismen worden actief en het neurale monopolie van de ultieme doelstelling (samen wereldkampioen worden) komt onder druk te staan. De logische conclusie is dat spelers dus ‘emotioneel intelligent’ moeten zijn – individueel en collectief. Als ze dat niet zijn, maar door hun voetbalkwaliteiten onmisbaar, dan moet je als bondscoach weten hoe je hen kunt helpen die emoties in de juiste richting te kanaliseren.

De kernvraag vanuit dit perspectief is dus dat Van Gaal, naast allerlei meer voor de hand liggende puzzelstukjes, weet of zijn spelers tijdens het toernooi zelf in staat zijn om hun boven- en onderstroom weer in evenwicht te brengen en dat hij weet hoe hijzelf en zijn begeleidingsstaf kunnen ingrijpen als dat nodig is. Want dat er prikkels binnenkomen die het systeem uit evenwicht kunnen brengen, dat staat vast. Denk aan ‘de eerste wedstrijd verliezen’, ‘zelfbenoemde basisspelers die op de bank moeten plaatsnemen’, ‘kritiek van de pers’ en ga zo maar door.

Winnende teams weten wat ze kunnen en wat ze willen. De leden kennen zichzelf en elkaar ‘door en door’. Ze (her)kennen de krachten die hun denken, gedrag en prestaties bepalen, snappen de teamdynamiek en doen daar hun voordeel mee. Ze worden minder snel ‘gekaapt’ door hun onbewuste emoties, blijven daardoor als team beter gericht op het doel en komen tot een betere prestatie. Dit is deels individueel aangeboren, maar kan ook individueel en collectief worden  aangeleerd – het is een kwestie van functioneel denken en doen in bewust gecreëerde trainingsomstandigheden ‘te herhalen, te herhalen en te herhalen’.

Volgens Cruijff moeten we ‘kijken, kijken en nog eens kijken’; ik adviseer van Gaal dit neuropsychologische puzzelstukje niet te vergeten.

Over Simon Sijbrands
Simon Sijbrands

Simon Sijbrands (1961) is voormalig equity partner van een big four firma en sinds 2011 een onafhankelijke en ervaren adviseur die senior managers van bedrijven helpt bij diverse strategische en leiderschapsvraagstukken die verband houden met het thema ‘verandering’; hij is gespecialiseerd in veranderingsprocessen die binnen organisaties, teams of op individueel niveau zijn 'vastgelopen'. Hij is tevens auteur van het boek De Trigger Zone, over bewust en onbewust prikkelen van gedrag en de rol die het brein hierin speelt.

Meer informatie op www.simonsijbrands.nl