• Mediawerf
  • Management & Consulting
  • Goed Bestuur & Toezicht
  • HMR
  • Knowly
Home / Blogs / Simon van der Veer / Elke koekenbakker kan zich adviseur noemen
Blog

Elke koekenbakker kan zich adviseur noemen

Elke koekenbakker kan zich adviseur noemen

01 november 2019 - Het beroep van adviseur is ‘vrij’. Iedereen kan zich adviseur noemen. Nergens ter wereld is de dichtheid aan adviseurs zo groot als in ons land. Juist hierdoor hebben we als adviseurs een grote impact op de ontwikkeling van organisaties en onze maatschappij.

Door Simon van der Veer

Maar wanneer doen we ons advieswerk nou goed? En is adviseur zijn überhaupt een vak? Zo ja, dan is het ook belangrijk dat je als professional verantwoording wilt afleggen aan het vak. Immers, ben je een professional of niet? Want anders is er een voedingsbodem voor opportunisme in adviezen en middelmatigheid in kwaliteit. En als we elkaar niet de maat nemen, dan kan elke koekenbakker zich adviseur noemen. Daarmee holt het vak uit en de waarde die ons werk kan hebben.

Is adviseur zijn een vak?

Adviseur of consultant zijn is vooral een verzamelterm voor een heleboel rollen en disciplines die zich in de markt begeven. Van antropologen tot bedrijfskundigen en van strategen tot marketeers. De ene adviseur heeft zijn expertise meer in strategie, financieel management of innovatie, en weer een ander juist meer in leiderschap, groepsdynamiek en cultuur. Allemaal verdienen ze hun brood doordat ze vanuit hun expertise waarde genereren, zodat ontwikkeling kan plaatsvinden en hopelijk de prestaties verbeteren. Adviesbureaus zijn vaak een vertegenwoordiging van deze variatie in het vak en gebruiken de variatie in expertises als een ‘one-stop-shop’ voor de opdrachtgever. Of niet, en dan is een adviesbureau meer gefocust op een bepaalde expertise of propositie. En weer anderen blijven zelfstandig of in een netwerkconstructie optrekken. Het is dus een strategische keuze hoe je het vak beoefent en welke vorm je daarbij kiest.

In de schijnwerpers

Echter wie neemt ons advieswerk nou de maat? Allereerst doet de klant dat en die geeft aan in hoeverre hij of zij tevreden is over onze toegevoegde waarde. De een werkt met evaluatieformulieren, de ander doet het mondeling, weer een ander verbindt zijn fees aan de tevredenheid over het bereikte resultaat. Ten tweede, we hebben onze eigen (vak)collega’s die ons werk beoordelen. Hoofdzakelijk zijn dit collega’s van binnen het eigen bureau, netwerk en/of discipline, dus enige vorm van tunnelvisie en relationele rooskleurigheid speelt dan een grote rol en vertroebelt het kritische oordeel op onze effectiviteit. En daarnaast koestert menig adviseur de opgebouwde reputatie en schermt het ‘hoe’ van het werk liever af voor concullega’s. Want we willen de bijzonderheid van ons werk beschermen, we schermen ons werk echter zo ook af. Maar hoe komt ons werk dan wel in de schijnwerpers zodat er kritische toetsing kan plaatsvinden?

Vrijbrief voor vogelvrijheid

Als deze kritische toetsing namelijk ontbreekt dan ontstaat er een wildgroei aan adviseurs. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, maar we hebben ook een verantwoordelijkheid. En bij verantwoordelijkheid hoort ook verantwoording. Zo niet dan is het een vrijbrief voor vogelvrijheid en allerlei opportunisme wat dan de kop op steekt. Kenmerkend was een recent voorbeeld in de media dat ging over het wollige taalgebruik van ambtenaren. Ambtenaren worden nu geholpen om hun manier van schrijven ‘klantgerichter’ te maken. Tuurlijk is het legitiem om je vaardigheden te ontwikkelen en goed aan te sluiten op de klant. Maar prompt was er op social media een leger aan adviseurs die op dit item insprongen en promotie maakten voor hun propositie. Van taalontwikkeling tot klantgerichtheid.

Dit illustreert het opportunisme en het fenomeen van ‘jumping to solutions’. Onderzoek naar de functionaliteit van de huidige situatie – en het ‘wollige taalgebruik’ - vond niet plaats (social media is daarvoor natuurlijk ook een minder geschikte plek). En waarom wolligheid in een politieke omgeving juist ook heel lonend kan zijn, bijvoorbeeld om zo politieke manoeuvreerruimte te houden. Juist goed kunnen diagnosticeren zie ik als een belangrijke vaardigheid en verantwoordelijkheid van een adviseur. Wat speelt hier nou echt en wat maakt het logisch dat het gaat zoals het gaat? En daarbij niet te lichtzinnig oordelen over je eigen effectiviteit. Dit betekent je eigen kennis en kunde kritisch tegen het licht aanhouden, namelijk: ben ik wel degene die gezien het vraagstuk van waarde kan zijn of niet? 

Organisatiekwalen

Een beroep als arts moet aan strenge eisen en kwaliteitsnormen voldoen, wij als adviseurs keuren ons eigen vlees. Of we nu zelfstandig actief zijn of als bureau. Maar wie zegt dan dat we ons werk ‘goed’ doen? De klant? Dat zou te eenzijdig zijn. Adviseur zijn vind ik een vak. Dat vraagt om een bepaalde mate van nieuwsgierigheid, kritische toetsing en discipline om te professionaliseren. Maar ook om verantwoording af te leggen aan het vak en de vakcollega’s, zodat er geen voedingsbodem ontstaat voor opportunisme en middelmatigheid, en koekenbakkers en kwakzalvers die de waarde van het vak uithollen.  

Net als artsen doen wij namelijk ook ‘ingrepen’ (interventies, trajecten) en adviseren wij over medicijnen (oplossingen, managementmodes). Maar de schadelijkheid van ons handelen wordt lager ingeschat. Terwijl onzorgvuldig werk kan ‘organisatiekwalen’ oproepen. Structuren en functies die veranderd worden maar juist meer stroperigheid in de hand werken. ‘Onbespreekbare zaken’ die als ze bespreekbaar worden gemaakt mensen raken en de tent verlaten. Dit alles kan stress opleveren en soms leiden tot burn-out van mensen, maar ook tot burn-out van de business. Natuurlijk, wij als adviseurs adviseren slechts vanaf de zijlijn. Maar soms bemoeien we ons wel stevig in het primaire proces vanuit toezichthoudende of interim-rollen of als coaches en begeleiders in het werk.

Keuringsdienst van Waarde

De vraag die ik vooral wil meegeven is: wie ‘keurt’ jouw waarde als adviseur? Organiseer je eigen onrust en doorbreek de tunnelvisie en de rooskleurigheid van het bureau of het vertrouwde netwerk waarin je je begeeft. Mits je adviseur zijn als een vak ziet en je professioneel met dat vak wilt omgaan. En zo ja, als je het beste uit je vak wilt halen wie is dan jouw Keuringsdienst van Waarde?

En wellicht ook een oproep aan mezelf, de Ooa (de beroepsgroep) en ROA (op bureauniveau) om hierop meer in te zetten. Want welke klant vraagt er nou hoe wij onze kwaliteit toetsen, verantwoording afleggen en hoe wij ons vak hoogwaardig houden? Dat louter binnen het eigen bureau of vertrouwde netwerk regelen kan per definitie niet toereikend zijn, want dat werkt versnippering van het vak, opportunisme en middelmatigheid in de hand. En schrijven is vaak een spiegel voor de schrijver, dus de boodschap van deze column is hoofdzakelijk aan mezelf gericht en om geen middelmatigheid in mijn eigen werk te accepteren. Want soms ben ik zelf die koekenbakker...

 

Over Simon van der Veer
Simon van der Veer

Simon van der Veer is organisatieadviseur, schrijver en spreker en verbonden als partner aan Holland Consulting Group. Hij helpt organisaties met strategieontwikkeling en cultuurverandering, hoewel hij in dat laatste niet als doel op zich gelooft. In zijn blogs vertelt hij over de ervaringen uit zijn adviespraktijk.