Home / Nieuws / Algemeen / 75 jaar Ooa
Nieuws

75 jaar Ooa

75 jaar Ooa

20 augustus 2015 - Voor haar 75-jarig bestaan organiseert de Orde van organisatiekundigen en -adviseurs (Ooa) op 22 en 23 september 2015 het internationale jubileumcongres Innovation in consultancy. Een greep uit de geschiedenis en toekomstvisie van wat wereldwijd de oudste beroepsvereniging van organisatieadviseurs mag heten.

75 jaar OoaDoor Jorn Hövels

De Ooa kent een lange geschiedenis. De beroepsvereniging werd opgericht in 1940, als het Centraal Bureau voor Organisatie en Efficiency, een samenwerkingsverband van bureaus die adviseerden in fabrieksorganisatie, vervoer, verkoop, administratie, bestuur en psychodiagnostiek. Nadat het in 1941 werd omgedoopt in de Orde van Organisatie en Efficiency Adviseurs volgde in 1949 de formele (statutaire) oprichting van de beroepsvereniging, die vanaf dat moment Orde van Organisatie-Adviseurs kwam te heten. Pas na de fusie met het Genootschap van Organisatiekundigen, in 1973, werd de beroepsvereniging de Orde van organisatiekundigen en -adviseurs genoemd.
Deze laatste en belangrijkste naamswijziging voltrok zich tijdens het voorzitterschap van emeritus hoogleraar bedrijfskunde Jan Edelman Bos (voorzitter van 1973 tot 1976). Hij was daarmee tegelijkertijd de laatste voorzitter van de ‘oude Ooa’ en de eerste voorzitter van de ‘nieuwe Ooa’. De inmiddels negentigjarige Edelman Bos: “In de Orde staat van oudsher het adviesvak centraal, niet de adviesbureaus. Toch is oprichting van de Ooa mede te danken aan het feit dat er in de aanloop naar WO II al adviesbureaus bestonden. Om aan de wortels van de Ooa te raken, moeten we zelfs nog verder terug, naar 1920, toen onze voorgangers Ernst Hijmans en Van Gogh het eerste Nederlandse organisatie-adviesbureau oprichtten. Kortom, toen de Orde in 1940 werd opgericht, was het organisatieadviesvak al twintig jaar in ontwikkeling.” Toch stond het adviesvak nog in de kinderschoenen. “De beroepsgroep bestond vooral uit ervaringsdeskundigen, zoals ingenieurs, economen en accountants; uit beroepsprofessionals die met hun ruime ervaring (ook steeds vaker) gingen adviseren. Daarom heette de beroepsvereniging tot 1973 de Orde van Organisatie-Adviseurs. De vereniging bestond vooral uit adviseurs met praktijkervaring; een formele academische opleiding in organisatieadvisering bestond voor 1973 nog niet.”

Oprichting SIOO
De jaren ’50 stonden in het teken van de wederopbouw van Europa. De twee wereldoorlogen hadden het productieapparaat en de infrastructuur verwoest. Ook verloor Nederland de macht in, en inkomsten uit Nederlands-Indië. Beleidsmakers vonden dat ons land niet snel genoeg geïndustrialiseerd kon worden, waardoor de werkloosheid zou dalen. Er werd naarstig gezocht naar nieuwe afzetmarkten, waarbij er zo kosteneffectief als mogelijk moest worden geproduceerd om onze internationale concurrentiepositie te verbeteren. Er was behoefte aan adviseurs die meedachten over het optimaliseren van bedrijf- en productieprocessen. Omdat daarvoor geen universitaire studie bestond, riep de Orde een opleidingscommissie in het leven die de eerste officieel door de Orde erkende opleiding in organisatieadvies zou optuigen. Edelman Bos werd door zijn toenmalige werkgever adviesbureau Bosboom-Hegener afgevaardigd als secretaris van de commissie, waarbij naast prominente beroepsbeoefenaren als Hijmans, Bosboom en IJdo, hoogleraren met affiniteit tot het organisatieverschijnsel als Volbeda, J.L. Mey en Thierry werden betrokken. Zij vulden het opleidingsprogramma multidisciplinair in, waarmee voor het eerst dus ook de body of knowledge van het organisatieadviesvak werd opgesteld. In 1958 richtten de Orde en de academische wereld samen de Stichting Interacademiale Opleiding Organisatiekunde (SIOO) op. Edelman Bos: "Deze was het eerste en jarenlang het enige opleidingsinstituut waar op postacademisch niveau werd onderwezen in het organisatieadviesvak.” Vanaf dat moment was voor de intrede bij de Orde voor aspirant-leden een SIOO-diploma vereist. De Orde en de SIOO onderhielden nauwe banden. “Veel SIOO-docenten waren natuurlijk lid van de Orde. Aan de opleiding brachten zij hun praktijkervaring over op een jonge garde leergierige organisatieadviseurs. Veel senior adviseurs konden hun vakvisie en -kennis beter kwijt als SIOO docent dan in het advieswerk, waar ze hun kennis vooral moesten toepassen. De colleges werden multidisciplinair gevoed en bij het SIOO wilde iedere docent graag over zijn vakopvattingen praten. Kortom, er heerste een inspirerend klimaat. Om die rijke kennisuitwisseling onder afgestudeerden te blijven bevorderen, richtte de SIOO in 1961 de alumnivereniging het Genootschap van organisatiekundigen op voor afgestudeerde SIOO studenten, de enige gediplomeerden in het organisatieadviesvak.”

De strategische fusie
Ondanks de nauwe banden tussen de SIOO en de Orde bleek al snel dat maar weinig alumnileden van het Genootschap lid werden van de Orde. Oud Ooa voorzitter Edelman Bos: “Zij hadden in de SIOO hun eigen huis gevonden, een voor de Orde gevaarlijke ontwikkeling, want de ervaren adviseurs van de Orde lieten de studenten de essenties van het vakgebied zien. In het doceren droegen zij aan de SIOO studenten nog meer kennis over dan aan de medewerkers van hun eigen adviesbureaus. Die hadden immers minder tijd om kennis tot zich te nemen; die moesten aan het werk, geld verdienen. Kortom, professionele kennis en ervaring van de Orde dreigden te 'verdwijnen' in de SIOO, waar medewerkers van de concurrerende bureaus werden opgeleid.”
Omdat ook prof.dr. J.J.J. van Dijck, voorzitter van het Genootschap, vreesde dat de Orde en het Genootschap uit elkaar zouden groeien, besloten de beide voorzitters in 1973 Orde en Genootschap te fuseren tot een Orde van organisatiekundigen en -adviseurs. Daardoor werd de Orde verrijkt met de opleidingsproducten van de SIOO, terwijl toch het waardevolle 'merkbeeld' OOA kon blijven bestaan. "Deze strategische ingreep was nodig om de kwaliteit van het adviesvak op peil te houden.” Mogelijk pakte die ook goed uit voor het ledenaantal, want waar de Ooa in 1961 ongeveer 125 leden telde, waren dat er in 1979 al 656.

Afsplitsing ROA
De Orde is altijd een vereniging van individuele beroepsbeoefenaren geweest. Dat leek te veranderen toen bureauhoofden binnen de Orde onderling wilden overleggen over zaken die vooral de bureaus als zodanig aangingen, zoals bijvoorbeeld het salaris- en pensioenbeleid. Aan de professionele pioniersverhalen hadden ze niet altijd evenveel boodschap. Daarom werd midden jaren zestig binnen de Orde de sectie Bureauhoofden opgericht, maar dat bleek voor de bureaus onvoldoende. Er ontstond wrijving, vooral omdat sommige bureauhoofden zich weinig lieten gezeggen door de - vaak veel jongere - Ooa-bestuurders. De sectie vond bovendien dat er te veel werd vergaderd over professionalisering en te weinig over geld verdienen. Dat schuurde met de in hun ogen jonge-hond-attitude van het bestuur. Daar kwam bij dat de democratiseringsgolf van de jaren zeventig de verhoudingen binnen de bureaus begon te beïnvloeden. "Een afsplitsing van de sectie Bureauhoofden bleek onvermijdelijk en zo ontstond in 1970 de Raad van Organisatieadviesbureaus (ROA). “Het waren twee strategische beslissingen die genomen moesten worden om de kwaliteit van het adviesvak op peil te houden: aan de ene kant een fusie, aan de andere kant een afsplitsing. Dankzij de fusie met de SIOO-afgestudeerden (het Genootschap) kon de toestroom van nieuwe leden die voldeden aan de door de Orde gehanteerde opleidingseisen worden veiliggesteld. Dankzij de afsplitsing ontstond de ROA als brancheorganisatie, waardoor de Orde zich verder kon ontwikkelen tot dé beroepsorganisatie voor organisatiekundigen en -adviseurs, met eigen erecodes en gedragsregels.”

Samenwerking Ooa en ROA
Historisch gezien delen de organisaties dezelfde bloedgroep, maar de ROA en Ooa stonden niet altijd op even goede voet. Oud-voorzitter Willem Vrakking (voorzitter van 1983 tot 1986): “Tijdens mijn voorzitterschap is er een aantal verhitte discussies gevoerd binnen de  Ooa, omdat er destijds steeds meer zelfstandige adviseurs (nu zzp’ers genoemd) lid wilden worden. Welke criteria stelden we daaraan? Maar er speelden ook kwesties als: mocht  een afdelingsmanager P+O Ooa-lid worden? Of een interne adviseur? Waren die wel onafhankelijk genoeg om zich aan onze gedragscodes te kunnen conformeren?” We wilden immers de professionalisering en daaraan gekoppelde certificering een boost geven. Later zette de krappe markt ook de verhoudingen tussen de Ooa en ROA - opnieuw - op scherp: “Wij faciliteerden de professionalisering van ons groeiend aantal leden, maar de zelfstandig gevestigden onder hen visten natuurlijk ook in de vijver van de ROA. De adviesbureaus vreesden dat hun marktaandeel zou slinken.” Nu, anno 2015, halen de Ooa en ROA de banden weer aan, constateert Jan Willem Kradolfer, de huidige voorzitter van de Ooa. “Hoewel de Ooa van oudsher de beroepsgroep vertegenwoordigt en de ROA de adviesbureaus, bewijst de geschiedenis hoe belangrijk de wisselwerking daartussen is voor ontwikkeling van het adviesvak. Zo zijn het de eerste grote adviesbureaus geweest die in Nederland een adviestraditie hebben neergezet, een traditie waar we allemaal trots op zijn en inspiratie uit putten.”

Werk aan de winkel
Kradolfer denkt samen met de ROA belangrijke toekomstambities te kunnen realiseren en de conferentie geeft daartoe een volgende aanzet. “Behalve dat we daarmee ons 75-jarig bestaan vieren, is het een kans om samen met de ROA naar buiten te treden met een positief geluid.” Gezamenlijke ambitie is de internationalisering van het organisatieadviesvak en om die te verwezenlijken hebben de Ooa en de ROA vorig jaar - voor het eerst - vastgelegd dat de ROA toetsing van adviesbureaus voor de ACP (Accredited Consulting Practice)-accreditatie voortaan parallel loopt aan de toetsing van de Ooa, waarbij individuele organisatieadviseurs opgaan voor een CMC-accreditatie. “Door de ACP- en CMC-accreditaties aan elkaar te koppelen, kunnen adviesbureaus zich zonder veel administratieve rompslomp certificeren voor het keurmerk ACP, waarbij hun medewerkers tegelijkertijd het keurmerk CMC kunnen behalen. Dat betekent ook dat medewerkers die traditiegetrouw een interne opleiding hebben genoten, die kunnen bekronen met een CMC certificering. Voor de Ooa is de koppeling ook gunstig, omdat wij daarmee ook leden werven en in beeld zijn bij de adviesbureaus. We vergroten onze scope.”
Rob Wagenaar, Ooa voorzitter van 2002 tot 2007, had als Trustee de verantwoordelijkheid om de Ooa ook in het buitenland te vertegenwoordigen. “Ik heb in die tijd vooral de ICMCI willen versterken, met initiatieven die het adviesvak meer internationale erkenning opleverden. Het is belangrijk om de waarden en gedragscodes die we samen hebben ontwikkeld en vastgelegd over te dragen op zoveel mogelijke collega’s in het buitenland. Want advieswerk is waardegedreven, of zou dat moeten zijn. Voor opdrachtgevers zou het idealiter weinig verschil mogen maken of zij met een organisatieadviseur uit Uruguay werken of uit Oostenrijk.”
Het ‘exporteren’ van de CMC-certificering brengt ons dichterbij dat ideaal - 50 landen voeren het CMC keurmerk - en het zou voor Wagenaar helemaal mooi zijn als de CMC- en de ACP-accreditatie zich wereldwijd parallel ontwikkelen. Ooa voorzitter Jan Willem  Kradolfer: “In sommige landen is dat al het geval. Een Chinees adviesbureau telt bijvoorbeeld nauwelijks mee als haar organisatieadviseurs niet ook CMC-gecertificeerd zijn en in Oostenrijk is het zelfs een voorwaarde om advieswerk te mogen verrichten.” Dat klinkt hoopvol, maar we zijn er nog niet, waarschuwt Kradolfer. “Ik heb me samen met Trustee Marjo Dubbeldam - het langst zittende voormalig bestuurslid van de Ooa - en ICMCI Excom-lid Rob Wagenaar enorm ingespannen om ook in andere landen, zoals Oekraïne en Litouwen, beroepsverenigingen op te richten die het keurmerk CMC voeren. De ICMCI heeft voet aan de grond in vijftig landen, maar in Zuid-Amerika bijvoorbeeld  voert alleen Brazilië het CMC-keurmerk.  Wat mij betreft mogen meer landen zich bij ons aansluiten, zodat organisatieadviseurs zich wereldwijd conformeren aan de gedragsregels en het tuchtrecht. Dat is een uitdaging voor de toekomst, er is werk aan de winkel.”

Internationale oriëntatie
Internationalisering draagt bij aan een mondiale kwaliteitsborging van het adviesvak. Adviseurs en adviesbureaus kunnen echter ook internationale adviesopdrachten ambiëren, die ze al dan niet uitvoeren in samenwerking met buitenlandse collega’s. En ook dat gebeurt nog te weinig, vind Rob Wagenaar. “Meer dan negentig  procent van de Nederlandse organisatieadviseurs werkt uitsluitend voor lokale organisaties en overheden; omdat ze daar nodig zijn, omdat hun talenkennis onvoldoende is, of omdat ze werk en gezin combineren. En dat zal voor een land als Duitsland niet anders zijn. De adviseurs komen er vooralsnog mee weg, maar een gebeurtenis in China heeft tegenwoordig directe gevolgen voor de Europese markt. Een goede organisatieadviseur heeft het overzicht, die houdt daar rekening mee.” Wat meer internationale focus kan de beroepsgroep helpen, denkt Wagenaar. “Ook organisaties lopen voor de troepen uit als ze weten wat er in de wereld gebeurt, daardoor krijg je meer grip op de tijdsgeest en je omgeving. Met die internationale oriëntatie kunnen  we opdrachtgevers net dat beetje extra visie bieden dat nodig is om hun concurrentie voor te zijn. Leren doe je vooral in de praktijk, verdieping vind je in de vakliteratuur, maar ook hier liggen kansen.”

Heeft u uw ticket naar de Internationale Consultancy Conferentie 2015 in Noordwijk al geboekt. Klik hier voor meer informatie en het bestellen van kaarten.

75 jaar Ooa

1940: Oprichting van het Centraal Bureau voor Organisatie en Efficiency.
1941 : Het Centraal Bureau voor Organisatie en Efficiency wordt omgedoopt tot Orde van Organisatie en Efficiency Adviseurs.
1949: Statutaire oprichting van de Orde van Organisatie-Adviseurs  (Ooa)
1958: Oprichting Stichting Interacademiale Opleiding Organisatiekunde (SIOO).
1970: Oprichting van de Raad van Organisatieadviesbureaus (ROA).
1973: Fusie van de Orde met het Genootschap van Organisatiekundigen. De naam van de beroepsvereniging verandert in de Orde van organisatiekundigen en -adviseurs.
1989: De Ooa sluit zich aan bij de International Council of Management Consultancy Institutes (ICMCI)
2001: De vereniging van Zelfstandige organisatieadviseurs (Zoa) gaat op in de Ooa.
2002: Invoering ‘Body of Knowledge and Skills’ (BoKS).
2005: Ooa installeert Wetenschappelijke Raad.
2010: Ooa en ROA lanceren de Canon van het Adviesvak.

De (oud)-voorzitters van de Ooa:

  • 1940 -1947             R.W. Starreveld, RA.
  • 1947- 1951             ir. P.H. Bosboom
  • 1951 -1952             ir. V.W. van Gogh
  • 1952- 1956             L.L.G.D. Meertens
  • 1956- 1959             ir. D.A.C. Zoethout
  • 1961 - 1964            prof. ir. C. de Beer                
  • 1964 - 1969            drs. D.J. da Silva  
  • 1969 - 1973            ir. F.G. Willemze 
  • 1973 - 1976            drs. J.B.M. Edelman Bos    
  • 1976 - 1978            prof. dr. J.J.J. van Dijck       
  • 1978 - 1979            A.M. van Haastrecht          
  • 1979 - 1982            ing. J. Verschoor  
  • 1982 - 1983            B.H.V.A. Franke                    
  • 1983 - 1986            ir. drs. W.J. Vrakking
  • 1986 - 1987            ir. J.A. van Hamel                 
  • 1987 - 1989            drs. F.J.L.M. Verhaaren
  • 1989 - 1994            drs. C.J.A.J.M. van Gestel
  • 1994 - 1996            dr. N.M.H. van Dijk                               
  • 1996 - 1997            mw. dr. P.L. Meurs              
  • 1997 - 1998            drs P.J. van der Vange
  • 1998 - 2002            drs R. Florijn          
  • 2002 - 2007            drs. R.B. Wagenaar CMC   
  • 2007 - 2011            prof. dr. M.M. Otto CMC                    
  • 2011 - 2011            ir. W.A. Visser CMC
  • 2011 - …...              drs. J.W.A. Kradolfer CMC MPM

Bronnen

-Peter Hellema en Joop Marsman (1997) De organisatieadviseur: De opkomst en groei van een nieuw vak in Nederland 1920-1960. Boom. p. 154-160
-Tijdschrift Organisatie en Efficiency, 1940
-L. Karsten, K. van Veen (1998). Managementconcepten in beweging: tussen feit en vluchtigheid. p.102
-Dirk Horringa (1979). Goede raad voor slechte tijden: organisatieadviseurs in nieuwe rollen. Inaugurele rede ter aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleraar in de organisatieadviesprocessen aan de Technische Hogeschool Eindhoven. p.4.
-Ooa Canon van het adviesvak, 2011