Home / Nieuws / Algemeen / ‘Consultants slaan met een nijptang een spijker in de muur’
Nieuws

‘Consultants slaan met een nijptang een spijker in de muur’

‘Consultants slaan met een nijptang een spijker in de muur’

11 juni 2014 - Woensdagmiddag 16.00u: de collegezaal op de Universiteit van Utrecht stroomt vol met consultants die komen luisteren naar een college van de OOA over de bekende ‘Vijf gamechangers voor consulting’. Luisteren blijkt al snel een groot woord. Auteurs Ard-Pieter de Man (Sioo-rector) en Annemieke Stoppelenburg (Sioo-projectmanager) maken met hun onderzoek behoorlijk wat los.

‘Consultants slaan met een nijptang een spijker in de muur’

“We gaan jullie vandaag zeker provoceren”, begint Stoppelenburg. “Ik hoop dat ons onderzoek bij jullie veel reacties oproept, waar wij ook weer wat mee kunnen.” De toon is gezet, de consultants zetten zich schrap.

Vijf of zes gamechangers

De Man en Stoppelenburg beginnen met de uiteenzetting van de door hen gedefinieerde vijf gamechangers voor consulting: instant consulting (specialisatie, waardoor geen vooronderzoek meer nodig is), integratie advies/non-advies (bureaus die naast consultancy ook andere diensten aanbieden kunnen die beter combineren), abonnementen (consultancy op continue basis, bijvoorbeeld door marktpositie schetsen op basis van big-data), netwerkvorming (met name ZZP’ers kunnen meer samenwerken in teams). De laatste gamechanger is ‘konijn in de koplamp’, hetgeen niet een vernieuwing is maar juist het tegenovergestelde: bureaus en consultants die alles bij het oude willen houden en zo de crisis hopen door te komen. Kansloos, volgens De Man. Maar in hoeverre hebben we hier in de zaal te maken met angstige konijnen?  Zijn de consultants zelf veranderingsgericht?

Als aanvulling op de gamechangers van De Man en Stoppelenburg noemen de consultants de inkoop van advies ook een gamechanger. “Dat gebeurt nu vaak door anonieme aanbestedingen, en de klant gaat voor de goedkoopste aanbieder. Ze verdiepen zich niet meer in het aanbod”, klaagt een consultant. Stoppelenburg stelt dat het inderdaad ook één van hun adviezen was aan de klanten, om minder aanbestedingen te doen. “Helaas blijkt dat daar in de praktijk wel steeds meer nadruk op komt te liggen.”

Ontwikkelingen

De Man en Stoppelenburg vervolgen met de acht ontwikkelingen die zij binnen het vak hebben ontwaard. Zoals dat er veel ‘me too’-producten zijn. Iedereen wil in één keer ‘lean’ of ‘mindfull organiseren’ als dat de trend is. Dat komt de variatie in producten niet ten goede. Ook is het volgens de onderzoekers belangrijk om stelling te nemen als adviseur. “Het formuleren van een visie is belangrijker geworden. Bedrijven vinden dat fijn.” Het steeds groter wordende aandeel ZZP’ers passeert de revue. Zij kunnen door lagere overheadkosten vaak een concurrerend tarief bieden. “Maar wat doén die ZZP’ers eigenlijk met het vàk?”, klinkt een enigszins verontruste vraag vanuit de zaal. Een door het licht verblind konijn? Hele goede, en hele verdrietige dingen, volgens Stoppelenburg. Maar daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. “Ik denk dat de markt slechte consultancy uiteindelijk altijd afstraft.”

Een ontwikkeling die de meeste consultants herkennen, is dat de klant zelf al steeds meer kennis in huis heeft. “Managers willen zelf ook meer weten over verandermanagement”, stelt De Man. Volgens één van de consultants is dat vooral financieel ingegeven, maar geeft het bij managers ook veel onzekerheid dat ze zelf op de hoogte dienen te zijn van verandermanagement. Stoppelenberg drukt de neus op de feiten. “Misschien zijn we stiekem wel verknocht aan de klant die het minder goed weet.”

Achterhaalde modellen

Stoppelenburg en De Man krijgen veel reacties en aanvullingen vanuit de zaal op hun gamechangers en ontwikkelingen, maar de discussie raakt pas echt verhit wanneer er tien modellen worden besproken die consultants volgens de onderzoekers écht niet meer kunnen gebruiken omdat ze inmiddels ernstig achterhaald zijn. “Ard-Pieter gaat nu eens flink tegen een aantal modellen aan schoppen”, zegt Stoppelenburg. Niet alleen tegen de modellen, maar ook tegen het zere been van de zaal consultants, zo blijkt.

“Iedereen die het 7s raamwerk nog gebruikt zou zich moeten schamen”, begint De Man. Onderzoek wijst volgens hem uit dat de shared value, die centraal staat in het raamwerk, weliswaar belangrijk, maar niet bepalend is. Ook is het idee dat alle zeven elementen met elkaar in balans moeten zijn achterhaald. “Voor innovatie is het juist goed als het een beetje wringt.” Een consultant uit de zaal vindt dat het model dan misschien oud is, maar dat de zeven elementen prima als checklist kunnen worden gebruikt. “Die ‘verchecklistisering’ daar zijn consultants goed in”, stelt De Man. “Maar complexe modellen moet je niet simplificeren en ook niet gebruiken als alternatief voor gesprekken met de klant.” De consultant houdt vol dat het gebruik van een checklist een goede taal is om met de klant te spreken. “Dan is het toch geen probleem?” Stoppelenburg heeft daar juist wel een probleem mee. “Die ‘taal’ wordt ook gebruikt voor ingrijpende veranderingen binnen een organisatie. Je speelt met banen van mensen, en dan moet je als consultant niet lui zijn en een checklist van de plank plukken zonder je eigen huiswerk te doen.”

Evidence-based: tegen het zere been

Als De Man stelt dat hij van mening is dat consultants alleen zouden moeten werken met evidence-based modellen, is het hek van de dam. Het legt een gapend gat tussen praktijk en wetenschap open. “Het vak is te complex om alles met evidence-based materiaal te doen,” stelt de ene consultant. “Een model bewijst zich bij de klant, niet in de wetenschap,” stelt een ander. “De markt is uiteindelijk de waarheid,” klinkt het uit de zaal.  Stoppelenburg gaat ertegen in. “Consultants weerleggen academici, want de klant is tevreden. Maar je hebt toch ook een verantwoordelijkheid voor je vak?”

De Man probeert de zaal te kalmeren. “Modellen zitten wél in de gereedschapskist van de adviseur, maar wélke, dat is cruciaal. Het grootste deel van de consultants gebruikt nu een nijptang om een spijker in de muur te slaan.” De vraag wordt gesteld waar je die kennis dan vandaan moet halen. Ligt daar niet een rol voor de OOA? De Man en Stoppelenburg antwoorden: dat is toch precies waar we hier voor staan? Volgens Stoppelenburg zou er wel meer informatie kunnen komen over welke modellen evidence-based zijn. “Maar dan zou het fijn zijn als er meer openheid tegenover staat vanuit de consultants.” Op de laatste sheet van de presentatie van de onderzoekers staat ‘Discussie’. De Man slaat hem maar snel over: ‘Dat hebben we wel genoeg gedaan.”

Meer over de 'Vijf gamechangers voor consulting':
-Introductie gamechangers
-Blog: Die gamechangers en konijnen toch
-Blog: De professie op de schop?