Home / Nieuws / Algemeen / ‘Interne adviseur geen vijand maar vriend van externe adviseur’
Nieuws

‘Interne adviseur geen vijand maar vriend van externe adviseur’

‘Interne adviseur geen vijand maar vriend van externe adviseur’

25 juni 2015 - Sioo-onderzoekers Marguerithe de Man, Annemieke Stoppelenburg en Ard-Pieter de Man publiceren in hun nieuwe whitepaper onderzoek naar de interne adviseur. De vraag zou daarbij volgens hen niet moeten zijn of interne adviseurs de externe adviseurs kunnen vervangen, maar juist hoe ze het beste complementair aan elkaar kunnen zijn.

‘Interne adviseur geen vijand maar vriend van externe adviseur’

Begin 2014 publiceerden De Man, Stoppelenburg en De Man het veelbesproken whitepaper ‘De vijf gamechangers voor consulting’. Eén van de vijf trends die zij daarin beschreven was dat organisaties hun eigen veranderkracht aan het verstevigen zijn, onder meer door eigen interne adviesclubs. Die trend hebben ze nu verder uitgewerkt, aan de hand van onderzoek onder 53 interne adviesafdelingen.

Eenduidige grondslag intern adviesvak ontbreekt

In ‘Naar een revival van de interne adviseur?’ pleiten de onderzoekers voor een herwaardering van de interne adviesfunctie. “De positie van de interne adviseur is vaak onduidelijk geweest. De oorzaak hiervan is het ontbreken van een eenduidige grondslag voor het interne adviesvak.” Het interessante en lastige aan de positie van interne adviseurs, stellen De Man, Stoppelenburg en De Man, is dat zij als outsider én insider fungeren. Ze zijn outsider, omdat ze buiten de gewone hiërarchie in een organisatie werken en een andere expertise hebben dan de gemiddelde manager. Ze zijn insider, omdat ze wel in dienst zijn van een organisatie en daarmee onderdeel zijn van de politiek en het relatienetwerk binnen die organisatie. “Het is juist deze dubbelrol die, naar alle waarschijnlijkheid, de hardnekkige mythe in stand houdt over interne adviseurs en managers die ontevreden over elkaar zijn.”

Een aanzienlijk deel van de literatuur over interne adviseurs gaat ervan uit dat zij de traditionele adviesrollen vervullen: expertadvies, procesadvies en ‘handjes leveren’. Dit zijn dezelfde rollen die externe adviseurs vervullen, en daarom is er in de literatuur vooral aandacht voor vragen als ‘kan de interne adviseur de externe vervangen?’ en ‘wanneer huur je een interne en wanneer een externe adviseur in?’.

Nieuwe rollen interne adviseurs

De Sioo-onderzoekers slaan een andere weg in. “De traditionele consultantrollen vormen volgens ons geen goed vertrekpunt om een theoretische basis aan het interne adviesvak te geven. Een goede conceptuele basis voor intern advies zou juist moeten aangeven hoe interne consultants zich van externe onderscheiden, hoe ze complementair aan elkaar kunnen zijn, in plaats van te benadrukken waar ze hetzelfde zijn.”

Zowel uit recente literatuur als uit het onderzoek voor de whitepaper blijkt dat de grondslag voor het interne adviesvak ligt in twee rollen, waarin de interne adviseur zich onderscheid van de externe adviseur, en waarin ze complementair aan elkaar kunnen zijn. Allereerst is er de ‘boundary spanning functie’: die rol heeft betrekking op de interactie tussen interne en externe consultants. Daarbij zijn er drie functies die een interne consultant kan vervullen, die door een externe niet kunnen worden vervuld:

  • Poortwachter (gatekeeper): de interne consultant is een poortwachter die de binnenkomst van een externe consultant controleert.
  • Makelaar(broker):de interne consultant handelt als een kennismakelaar die externe expertise naar binnen haalt.
  • Partner: de interne consultant is samenwerkingspartner en medeproducent in een adviesopdracht met externen.

De tweede unieke rol voor interne adviseurs is de ‘coördinatiefunctie’. In deze functie hebben interne adviseurs een rol bij het afstemmen van alle veranderplannen van het management richting de lijn. Op deze manier verzekeren zij dat verandertrajecten elkaar versterken en niet door elkaar gaan lopen. Deze rol wordt volgens de onderzoekers zelden expliciet benoemd. Uit het onderzoek blijkt echter wel dat het merendeel van de interne adviseurs zich hiermee wel degelijk bezig houdt.

Toename in kwaliteit, niet in kwantiteit

Uit het Sioo-onderzoek blijkt verder dat organisaties in algemene zin meer interne adviseurs willen gaan inzetten, en minder externen. Een trend die ook bij het Rijk te zien is. Wat ook blijkt is dat de afname van het aantal externe adviseurs maar deels wordt opgevangen door een toename in het aantal interne adviseurs. “Het gat wordt voornamelijk gedicht door een versterking van de kwaliteit van de interne adviseurs en door het vergroten van de organiseer- en veranderdeskundigheid van de interne adviesafdelingen. Daarnaast wordt overigens ook de manager aangesproken op zijn organiseer- en veranderkundigheid.” De revival van de interne adviseur heeft dus vooral te maken met kwaliteit, niet met kwantiteit. Of, zoals de Sioo-onderzoekers zeggen: “De reputatie en vaardigheden van interne adviseurs zijn aan herwaardering onderhevig.”

Volgens de onderzoekers kan door specialisatie op de ‘boundary spanning functie’ en ‘coördinatiefunctie’ het interne adviesvak zich beter positioneren in de eigen organisatie, terwijl ook het effect van extern advies toeneemt. Interne adviseurs moeten immers niet de vijand, maar de vriend van de externe adviseur zijn. “De interne adviseur staat op het punt om weer een speler van betekenis te worden in de organisatie. Iemand waar de externe adviseur niet meer omheen kan.”

Lees hier de gehele whitepaper.