Home / Nieuws / Algemeen / Wetenschap en consultancy vloeien samen tijdens Dag van de Orde
Nieuws

Wetenschap en consultancy vloeien samen tijdens Dag van de Orde

Wetenschap en consultancy vloeien samen tijdens Dag van de Orde

30 oktober 2014 - De Dag van de Orde van Organisatiekundigen en Adviseurs stond dit jaar in het teken van de relatie tussen adviseurs en de wetenschap. Tijdens de actieve dag werkten de adviseurs aan een case, waar ze de wetenschappelijke kennis uit de gegeven colleges voor konden gebruiken. ‘Dit is een mooie combinatie tussen theorie en praktijk.’

Wetenschap en consultancy vloeien samen tijdens Dag van de OrdeDoor Jolien Scholte

Het thema van de Dag van de Ooa 2014 is de zoektocht naar het samen laten gaan van wetenschap en praktijk. “In de advieswereld is er vaak spanning tussen die twee”, stelt dagvoorzitter en vice-voorzitter van de Ooa Ton de Korte. “Maar we beginnen met een beetje rust, om inspiratie op te doen.” De zaal adviseurs, met hier en daar een enkele wetenschapper, luistert naar klassieke muziek van twee getalenteerde dames op cello. Even rust, maar dan begint de dag in vliegende vaart.

Rol van adviseur tussen wetenschap en beslissers

Marlous Blankesteijn en Annick de Vries presenteren hun inzichten uit onderzoek wat zij deden voor het Rathenau instituut, naar de rol van wetenschap in politieke besluitvorming. Politici hebben betrouwbare wetenschappelijke informatie nodig om goede besluiten te kunnen nemen, maar zijn moeten ook leren leven met wetenschappelijke onzekerheden. Wetenschappers hebben volgens de politici vaak weinig gevoel voor de politieke context van beslissingen. Ook timing is een belangrijk twistpunt: de politiek wil snelle resultaten, de wetenschap wil zorgvuldigheid. Blankesteijn en De Vries observeren tijdens de dag, en presenteren later hoe zij de rol van adviseur zien, tussen wetenschap en (politieke) beslissers in.

Vervolgens betreden vier acteurs het podium: het managementteam van het bedrijf M3. Een echte casus, benadrukt De Korte, maar er is voor gekozen om deze met acteurs te spelen. M3 heeft flinke problemen, onder andere een te lage winst en een dreigende claim van vijf ton, en een managementteam dat totaal niet op één lijn ligt. Een flinke kluif voor alle adviseurs, die opgedeeld worden in groepen om een advies te formuleren.

Herkenbaar, die dynamiek in het management, zuchten een aantal consultants. Omdat alle groepsleden zeer verschillende achtergronden hebben (partner bij gevestigd bureau, zelfstandige, advies in de profit-sector en non-profit sector) wordt de opdracht van veel verschillende kanten aangevlogen. Financieel (die claim is het grootste probleem), relationeel (het belangrijkste is dat het MT op één lijn komt), of op het product gericht (wat ze aanbieden is niet meer van deze tijd). Juist die verschillen in aanpak vindt organisatie-adviseur Marijke Smit van WvO erg leerzaam: “Als je met mensen met zoveel verschillende achtergronden werkt aan een casus krijg je heel andere feedback dan die je normaal gesproken bijvoorbeeld van klanten krijgt. Het is interessant om op die manier te zien waar iedereen mee bezig is, en wat er speelt in de advieswereld.”

Adviseurs moeten zelf vertaalslag maken

Na een uitgebreide lunch splitsen de groepen zich om naar de verschillende colleges te gaan, op het gebied van finance, ICT, marketing, strategie, HRM en Evidence Based Consultancy. Het is de bedoeling dat deze kennis, in hoeverre dat mogelijk is, wordt ingebracht in het advies aan M3. Met de groepjes weer bij elkaar blijkt het erg verschillend hoe de colleges zijn beleefd. “Het was een algemeen verhaal, en heeft niks met de casus te maken”, vindt de één. Maar de ander komt met interessante nieuwe kennis, die vertaalt kan worden naar de casus.

“Een letterlijk antwoord vind je nooit, als je als adviseur wetenschappelijke literatuur raadpleegt”, stelt Joan van Aken dan ook in zijn college Evidence Based Consultancy. Maar daar moet je ook helemaal niet naar op zoek zijn. “De wetenschap kan zeggen hoe het is, en hoe het kan zijn. Maar nooit hoe het moet zijn.” Adviseurs zullen dus zelf een vertaalslag moeten maken, om generieke wetenschappelijke kennis specifiek te kunnen gebruiken. “Dat draagt bij aan de kwaliteit van advisering, omdat je het advies ermee kunt onderbouwen”, meent Van Aken.

Combinatie theorie en praktijk

De groepen ronden hun advies af, tijd voor een drankje. “De dag is in een erg leuke vorm gegoten”, meent Majo Hendriks, naar eigen zeggen al een ‘museumstuk’ bij de Ooa. “Nu gaat iedereen meteen aan de slag met de wetenschappelijke kennis. Het is voor het eerst dat op zo’n dag wetenschappers en adviseurs door elkaar lopen, zonder uitdrukkelijke naambordjes.” Deze werkvorm werkt goed, vindt ze. “Als je wetenschappers college laat geven, en adviseurs alleen laat luisteren, kan je vooraf al uittekenen wat er gaat gebeuren: de adviseurs gaan volop commentaar leveren, wat de kloof tussen wetenschap en adviseurs alleen maar vergroot.”

De adviezen, al dan niet versterkt met wetenschappelijke kennis, worden gepresenteerd aan M3. Alle drie zijn verschillend: van een nieuw kindje maken (oftewel een nieuw businessmodel), tot tegenstellingen wegnemen door iedereen zijn zin te geven, tot een keuze neerleggen: snel cashen of lange termijn investeren?

Wetenschap als inspiratiebron

Blankesteijn en De Vries hebben geobserveerd, en delen hun bevindingen. Adviseurs gaan vooral uit van hun eigen ervaring, merken ze. Die is heel belangrijk in het advies. “Logisch ook: de opdrachtgever wil een oordeel van een adviseur, geen wetenschappelijk onderzoek.” De rol van de adviseur is echter ook draagvlak vinden voor het advies, en daar kan de wetenschap volgens het duo een inspiratiebron voor zijn.

‘Reflective practitioners’

Herman van Gunsteren, hij introduceert zich als ‘een echte professor’, houdt het laatste praatje van de dag: een analyse van de toekomst. Evidence Based kennis kan inderdaad bijdragen aan de consultancy, maar het is ook niet heilig, stelt hij. “Na tien jaar blijkt ongeveer een kwart van de wetenschappelijke standpunten niet waar.” Adviseurs zouden ‘reflective practitioners’ moeten zijn, vindt hij. Praktijkmensen, die kritisch naar hun vak kijken, en hun werkzaamheden zo nodig aanpassen aan nieuwe (wetenschappelijke) inzichten. Ieder moet daarbij voor zichzelf kijken hoe hij de interface tussen (nieuwe) kennis en eigen ervaring vormgeeft. Maar, hij zou toch een analyse van de toekomst geven? “Ach, de toekomst is ook niet meer wat het geweest is. Wat betreft adviseurs en de wetenschap: het is goed dat adviseurs willen weten hoe ze om moeten gaan met het beestje. Het is interessant om je erin te verdiepen, en daar ontwikkel je ook weer veerkracht mee. Je kunt nu eenmaal niet eeuwig hetzelfde blijven doen.”